Genre: horror

Jeremy rende in doodsangst naar huis. Hij struikelde over het tuinpad. Hij belde twintig keer aan, ramde met zijn vuisten op de deur. Tranen stroomden uit zijn ogen. Toen zijn moeder met een verbaasd gezicht de deur opende, stormde hij naar binnen, de trap op, zijn kamer in. Daar liet hij zich op zijn bed vallen, terwijl hij terugdacht aan die dag.

De dag was normaal begonnen. Jeremy was opgestaan en naar school gegaan. Op school had hij met zijn vrienden de wiskundeleraar weggepest, bruggers uitgelachen, een meisje met een beugel gechanteerd en was hij er uitgestuurd bij Engels. Na school had hij zoals gewoonlijk drie dingen getrapt; lol, de kat van de buren en zijn bal, die door het raam van meneer en mevrouw Egelt was gegaan. Hierna was hij zich gaan klaarmaken voor het schoolfeest van die avond. Op het feest had hij, na in vorm te zijn gekomen op de dansvloer, drie meisjes gezoend. Daarna was hij zijn vriendinnetje tegen gekomen. De laatste twee uur van het feest had hij met haar doorgebracht. Na het feest, om een uur of één, liepen ze samen naar huis. Bij haar huis zwaaide hij even naar haar en liep toen weer verder. Opeens zag hij iemand aan de overkant van de straat. De gedaante leek iets tegen hem te zeggen, maar Jeremy verstond het niet. Het silhouet had ongeveer de grootte van een twaalf- of dertienjarige, dus riep Jeremy: ‘Hé brugger, is het niet wat laat voor jou?’ Geen reactie. ‘Hé jij,’ ging Jeremy verder, ‘ik had het tegen jou!’ Geen reactie. ‘Hallo-o!’ schreeuwde Jeremy. Maar nog steeds reageerde de gedaante aan de overkant niet. Jeremy besloot de persoon wat respect bij te brengen en stak, terwijl hij zijn mouwen opstroopte, de straat over. Toen hij de persoon eindelijk goed kon zien, schrok Jeremy zich een ongeluk. De ‘persoon’ was een jongen van een jaar of twaalf. Hij had halflang haar dat zo over zijn gezicht viel dat je zijn linkeroog niet kon zien. Jeremy vroeg zich af of dat oog er überhaupt wel was. Want de jongen was overduidelijk dood. Hij had een witte huid, was broodmager en door een gat in zijn shirt kon je zijn ribbenkast zien. De helft van zijn rechterarm ontbrak en bloed druppelde uit de wond omlaag. Maar het griezeligste was dat op de plek waar het hart van de jongen had moeten zitten, zijn shirt gescheurd was, en daaronder zat alleen een gapend gat. Jeremy deinsde achteruit. De jongen zei, met een zwakke stem, ‘Weet jij wie mijn hart heeft gestolen?’ Jeremy slaakte een kreet. Hij rende weg. De jongen strompelde achter hem aan, maar toch hield hij Jeremy makkelijk bij. ‘Heb jij mijn hart soms gezien?’ Jeremy versnelde. Nog maar twee straten door. ‘Ben jij dan de dief?’ Alleen nog de hoek om... ‘Heb jij mijn hart?’ Jeremy rende zijn straat in, trok een eindsprint...

En nu lag hij dus op zijn bed. Hier was hij veilig. Zijn deur was dicht, zijn raam was dicht en... niet op slot. Maar ach, Jeremy was natuurlijk op de tweede verdieping. Gerustgesteld viel hij in slaap.

Jeremy werd wakker van een stekende pijn in zijn borst. De jongen die hem eerder die nacht had achtervolgd, stond over hem heen gebogen. Zijn ogen dwaalden van de jongen naar zijn raam, via het bloedspoor van de rechterarm van de jongen. Het raam stond open. ‘Had ik mijn raam maar op slot gedaan...’ dacht Jeremy. En dat was het laatste wat hij dacht.

Jeremy opende zijn ogen met het gevoel dat hem iets ontnomen was. Hij wist niet waar hij was, wie hij was en wat hij hiervoor had gedaan. Hij wist alleen dat er iets ontbrak. Zijn hand gleed naar het gapende gat in zijn borst. Hij sloeg zijn ogen op en zei: ‘Wie heeft mijn hart gestolen?'

Reageer (7)

  • LostSounds

    Goed verhaal! Unhappy ending (duivel)

    1 decennium geleden
  • Nitsuki

    wooooh mooi verhaal
    echt zelf verzonnen?
    super cool joh!!!
    ik hou wel van enge horror verhalen

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen