2.4 - Het verwisselingsdeel en James die een date maakt
“Je kan mijn pols loslaten, Potter.” snauwde Lily toen ze aankwamen bij Perkamentus’ kantoor. “Ik ben groot genoeg.” James grinnikte en liet haar los.
“Weet je wat, Potter,” siste Lily met een lage stem. “Dit is allemaal jouw schuld.”
“Waarom is het mijn schuld?”
“Daarom! Als je gisteren niet aan het rondsluipen was, was dit niet gebeurt!”
“Pardon?! En jij dan, Mrs. Perfect? Ik was niet de enige. Wat deed jij dan?”
“Ik deed iets zinvols, Potter! Ik moest mijn handboek gaan halen. Ik moest mijn opstel afwerken— Oh mijn God! Ik heb mijn opstel niet af!” James lachtte.
“Wat erg voor je,” zei hij sarcastisch. Lily gromde toen ze de hoek omgingen.
“Dat heb ik nu echt nodig, Potter,” zei ze kil. “Ik heb nog nooit een opstel te laat afgegeven!”
“Ik ook niet,” zei hij zelfvoldaan. “Ik heb mijn opstel twee dagen geleden afgemaakt.” Lily grijnsde opeens.
“Juist!” zei ze blij. “En omdat ik jou ben, moet ik jouw huiswerk afgeven! Ik heb een opstel!”
“Eén probleem Evers. Het is niet omdat ik in jouw lichaam zit dat ik minder krijg omdat mijn opstel niet af is.” Lily keek hem aan met een onheilspellende glinstering in haar ogen.
“Maar als ik nu eens de naam verander,” begon ze. “Dat kan geen probleem vormen!” James stopte met lachen en keek haar aan vol afschuw.
“Dat doe je niet,” zei hij. “Dat is vals Evers!” Lily haalde haar schouders op en ging verder.
“Oh, ik noem het niet vals,” zei ze koel.
“Hoe dan?” vroeg hij sarcastisch, toen ze de wenteltrap opliepen. “Liegen, oneerlijk, verraad, bedrog, fraude... Dit lijstje is oneindig, Evers!” Lily keek hem aan en trok haar wenkbrauwen op
“Ik dacht eerder aan lenen.”
“Het is niet lenen als je het niet teruggeeft, Evers!” gilde hij.
“Ahem,” zei een stem achter hen. Ze stopten met ruzieën en draaiden zich om om het schoolhoofd te kunnen zien staren naar hen, half geamuseerd, half in de war. “Is er een reden waarom je meneer Potter met je eigen naam aanspreekt, juffrouw Evers?” vroeg hij aan James.
“Nou, professor,”zei Lily voorzichtig. “We hebben een probleem.”
“Je moet me vergeven dat ik dit zeg, Meneer Potter, maar ik zie niet in wat het verschil is met de normale gang van zaken.”
“Nee professor,” zei James. “We bedoelen erger dan normaal.” Perkamentus keek verward.
“Ah,” zei hij simpelweg. “Wat is het probleem, juffrouw Evers?”
“Wel, dat is het, professor,” zei James. “Ik ben niet Evers.” Professor Perkamentus hief zijn wenkbrauwen op en keek hem nieuwschierig aan.
“Oh echt?” zei hij. “Wie ben je dan wel?”
“Ik ben het, James.” Professor Perkamentus keek naar Lily in James’ lichaam.
“Dus dan ben jij...”
“Lily, professor,” zei ze schaapachtig. “Het lijkt onmogelijk maar toch is het waar. Ik ben Potter en Potter is mij. Klinkt dat geloofwaardig?” Tot haar verbazing glimlachte professor Perkamentus.
“Natuurlijk,” zei hij simpelweg. “Waarom komen jullie niet binnen, dan lossen we dit allemaal op.” Lily en James wisselden verwonderde blikken en ging mee naar zijn kantoor. Zij verwachtten dat hij er nauwelijks iets van begrepen had. Toen ze binnen waren zei Perkamentus dat ze moesten gaan zitten en hij nam een citroen en stak die in zijn mond.
“Zo,” zei hij opgewekt. “Wat een probleem, hé?” Al kijkend naar hem wisselden Lily en James een blik. “Weet je hoe het gebeurt is?”
“Nee, professor,” zei James. “Ik werd wakker en zat in haar lichaam.”
“Idem dito,” zei Lily.
“Jullie herinneren je geen vreemde gebeurtenis gisteren?” James schudde zijn hoofd maar Lily scheen te denken.
“Wacht eens even,” zei ze langzaam. “Foppe!”
“Wat?” vroeg James. Lily draaide zich naar hem toe.
“Foppe, Potter, Foppe!” James keek haar nonchalant aan.
“Wat is er met hem?”
“Gisterenavond, Potter! Herinner je het je! Hij zong dat vreemde liedje. Ik wist dat er iets mee was!”
“Leg eens uit, Men...juffrouw Evers?”
“Kijk professor, gisteren was Potter...” James gaf haar een scherpe blik. “...Ik bedoel, uh. We waren...Kijk, we waren—” Professor Perkamentus glimlachte lichtjes met een twinkeling in zijn oog.
“Uit jullie bed vannacht,” vervolgde hij haar zin. “Uh, Ja. Maar niet samen,” voegde Lily er snel aan toe. James snoof.
“In je dromen, Evers,” mompelde hij.
“Nog niet eens in mijn ergste nachtmerries, Potter!” snauwde ze. Perkamentus schraapte zijn keel opnieuw terwijl hij keek naar het kibbelende paar. “Sorry, Professor. Kijk Potter en ik waren bij het portret aan het wachten omdat Agatha er niet was. Dus we...ehm... kregen een ruzie. Toen onderbrak Foppe ons en begon dat liedje te zingen.”
“Een lied?” herhaalde Perkamentus.
“Ja,” zei James. “Als u het wilt horen, hoe ging het ook al weer, Evers?” Lily keek naar boven in gedachten.
“Het leek op...twee geïrriteerde mensen…dan iets over verwisselen...Sorry, ik kan het me niet meer herinneren.”
“Dat is genoeg, juffrouw Evers,” zei Professor Perkamentus. “Ik denk dat ik wel weet wat Foppe heeft gezongen. Is het ongeveer zoiets als dit?
Twee geïrriteerde mensen, met heel andere wensen! De één haat de andere, zij zullen van lichaam veranderen!. Middernacht zal zodra verdwijnen, en dan zullen ze zien, dat ze zich aan elkaar moeten aanpassen en blij zijn misschien. Er zal geen andere manier zijn om te genieten van een dag dan te respecteren wat de ander doen en laten mag!.”
“Ja,” zei James. “Behalve dat Foppe ook nog iets zei over dat hij er plezier mee zou hebben.”
“Dat zal hij er zelf aan toegevoegd hebben,” zei Perkamentus. “Maar wat hij zei is eigenlijk een oude spreuk van honderd jaar geleden.” Lily keek hem veelbetekenend aan.
“Ik zei dat het iets raar was,” siste ze. “Maar jij dacht dat Foppe die spreuk had bedacht!”
“Evers, zwijg en laat Perkamentus spreken!” Perkamentus negeerde de onderbreking en ging verder.
Reageer (3)
verder hij is super:D
1 decennium geledenverder vverder verder
1 decennium geledenYay weer een deel!
1 decennium geleden