The marauders en de strijd tegen de dood deel 14
Hier is dan weer een nieuw deel
Nachtelijk uitstapje
James POV:
We lagen allemaal, zover ik wist, in ons bed en lag iedereen te slapen. Ik ging overeind zitten en zag Remus bij het raam zitten en Sirius rechtovereind in zijn bed. Sirius keek op. ‘Kan je ook niet slapen, James?’ vroeg Sirius. ‘Nee’, antwoordde ik. ‘Ik heb geen zin om de hele nacht hier stil te zitten in deze muffe ruimte’, zei Sirius. ‘Ik wel dan wou je zeggen’, antwoordde ik. ‘Misschien is het beter als we gewoon proberen te slapen’, zei Remus die zich nog steeds niet verroerde. ‘Misschien wel’, zei ik. ‘Waarom slapen als we er ook op uit kunnen!’, riep Sirius opgewonden. Hij riep het net iets te hard, want Peter werd er wakker van, tenminste dat leek zo. ‘Laat me met rust, eet me niet op’, mompelde hij. Hij schoot in één keer recht overeind. ‘Pizza!’ riep hij en viel daarna weer naar achter. Verbaasd keken we naar hoe Peter zo aan het praten was in zijn slaap. ‘Kom op we gaan!’, zei Sirius. Hij stond al bij de deur en ook ik stond op. Remus bleef zitten. ‘Kom nou Remus, we hebben minder lol zonder jou hoor!’, zei Sirius enthousiast. Eindelijk keek hij op, hij haalde zijn schouders op en stond ook maar op. ‘Kom op dan, of zijn jullie te bang’. Nadat gezegd te hebben gooide hij de deur open en rende de trap af gevolgd door Sirius en mijzelf. ‘Sst, zachtjes’, fluisterde Remus. We liepen door het portret en hoorde de Dikke Dame nog net ‘Waar gaat dat heen?’ zeggen. Geschrokken keken we achterom en zagen de Dikke Dame met een glas wijn en een paar monniken in haar portret zitten te jodelen. Je zag zo aan haar dat ze dronken was. Sirius stapte gelijk naar voren en begon tegen haar te praten. ‘Goedenacht, schone dame’, zei hij. ‘Mag ik opmerken dat u er zoals altijd weer geweldig uitziet?’. ‘Ik ben gevlijd jongeheer’, antwoordde ze. Sirius en maakte een beweging dat Remus en ik door moesten lopen en dat deden we ook. Na een tijdje kwam Sirius naar ons toe en grijnsde breed. ‘Oké Sirius, wat heb je gedaan’, zei Remus. ‘Niks bijzonders hoor, ik heb haar alleen maar duidelijk gemaakt hoe mooi ze wel niet is’, zei hij braafjes. Lachend renden we de trappen af en toen we een hoek om liepen zagen we daar Vilder de conciërge staan. We konden nog net op tijd weg duiken. ‘Wies daar?’ vroeg hij. Hij liep met zijn lantaarn onze richting in. Geschrokken deden we een paar passen naar achter. Plotseling hoorde ik een schreeuw achter me en even later werd ook ik meegetrokken. ‘Huh, wa-waar ben ik?’ vroeg ik. ‘Geen idee’, zei de stem van Sirius. ‘Sorry’, zei de stem van Remus plotseling. ‘Hoezo sorry?’ vroegen Sirius en ik in koor. ‘Ik stond tegen de muur aan en er verschoof iets ofzo en toen viel ik er doorheen en trok ik Sirius mee en scheinbaar trok Sirius jou ook mee’, legde Remus uit. ‘Het is wel erg donker hier, hoor!’ zei Sirius. Daar had hij wel een punt dacht ik bij mezelf. ‘Lumos!’, zei Remus plotseling, er verscheen een licht aan het puntje van zijn staf. ‘Waar heb je dat geleerd?’ vroeg ik. Remus werd een beetje rood.‘Voor ik naar Zweinstein ging heb ik de boeken vast doorgelezen en alvast bekeken hoe sommige spreuken werken en daar was deze één van’, zei Remus zachtjes. ‘Haha, je bloost’, lachte Sirius. ‘Niet waar’, zei Remus terwijl hij nog rooier werd. ‘Kom op jullie twee, we moeten nog een weg terug zien te vinden’, zei ik op scherpe toon. ‘We kunnen we maar één kant’, zei Remus. ‘Klopt, met de trap omhoog’, vulde Sirus aan. Het was een erg stijle trap en er leek geen eind aan te komen, totdat onze weg werd versperd door een muur, of wat het ook mocht zijn. Remus scheen zijn staf erop en duwde tegen de muur aan, maar er kwam geen beweging in. ‘Help eens jongens’, zei hij. Met z’n drieën duwden we tegen de muur aan en hij ging opzij. Toen we de geheime gang uit stapten waren we in een onbekende ruimte. ‘Waar zijn we?’, vroeg Sirius. ‘Geen idee’, antwoordde ik. We begonnen rond te lopen en uiteindelijk hadden we een deur gevonden. Ik maakte de deur open en we hielden onze toverstokken voor ons uitgestoken. Maar toen werden we uit het niets aangevallen…
Reageer (4)
Jeej!

1 decennium geledenIk ben de vierde, mijn lievelingsgetal!
Spannend en goed geschreven!
Xx
Bleh
Ikke ben lekker de derde
Mooi geschreven en ik ben benieuwd naar de volgende! Snel verder!
1 decennium geledenxxx B(K)
godfer,ik wou eerste zijn >.<
1 decennium geledennou......dan ben ik lekker tweede
Snel verder!
xx
whuaaaaaaaaa! ik ben de eerste
:P
1 decennium geledenwat ben ik toch weer goed he:P:P
weiter bitte!