Mijn excuses voor de slechte lay-out, in Word was het beter. Misschien zet ik dit ooit nog een keer goed.

Zoals elke vrijdagavond de laatste tijd zat ik met een glas wijn in een klein café. Mijn beste vriendin was net naar huis vertrokken en ik was van plan niet veel later hetzelfde te doen, toen ik hem aan de bar zag zitten. Hij had een vriendelijke lach op zijn gezicht terwijl hij met iedereen die in zijn buurt kwam een babbeltje sloeg. Voordat ik tijd had om me te bedenken, besloot ik mijn slag te slaan. Ik goot wat nog in mijn glas zat naar binnen, legde mijn haar goed en ging naar hem toe. Hij sprak me aan zodra hij me zag komen. “Wat een prachtige verschijning. Kom jij hier vaak?”
Ik lachte gecharmeerd terug. “Soms met vriendinnen, maar het is niet mijn gewoonte om zomaar mensen aan te spreken.”
“Dan ben ik blij dat je voor mij een uitzondering wilde maken,” reageerde hij vlotjes. Het gesprek ging gemakkelijk, ik voelde mij kalm bij hem. Meteen wist ik dat het de juiste keuze geweest was om op deze man af te stappen.
“Natuurlijk. Zou ik mogen vragen hoe je heet?”
“Dat mag zeker. Mijn naam is Arthur. En jij bent?”
“Ariadne, aangenaam.”
“Kan ik je ook Guinevere noemen?”
Ik aarzelde even, alvorens te lachen. “Als je dat echt wil.”
“Ariadne is ook best wel een mooie naam. Enig idee waar het vandaan komt?”
Hij leek niet door te hebben dat hij me van de kaart gebracht had of anders zei hij er niets van. “Griekse mythologie, zij is de geliefde van de god Dionysos.”
“Wel Ariadne, wat zou je er van zeggen als ik je een drankje aanbood?” Weer schrok ik van zijn directheid.
“Ik weet het niet, ik stond daarnet eigenlijk op het punt om naar huis te gaan.”
“Maar je bent gebleven om met mij te praten. Wil je dat niet even aan een rustigere tafel doen?”
Ik zuchtte dramatisch. “Goed dan, maar heel even.”
Heel even veranderde al snel in enkele uren terwijl ik steeds nieuwe dingen ontdekte over de man die ik pas ontmoet had. Ik staarde diep in zijn ogen, droomde weg tot hij iets zei dat me deed lachen. Het was op zijn zachtst gezegd een interessante avond. Nadien bood hij aan mij naar huis te wandelen, maar dat aanbod sloeg ik vriendelijk af. We eindigden met een knuffel en de belofte iets te sturen als ik veilig thuis was. Dat deed ik dan ook, het begin van ons lange online gesprek. In de weken die volgden stuurden we non-stop berichten. Zo deelden we kleine stukjes van onze levens zodat onze dagen steeds meer met elkaar verwoven raakten. Wanneer ik hem geen berichten aan het sturen was, probeerde ik te bedenken waar hij op dat moment mee bezig zou zijn of herhaalde die bewuste avond keer op keer in mijn hoofd. Hoe was ik zo snel zo diep in een situatie als deze terechtgekomen? Niet dat ik er spijt van had, ik wist wel waar ik mee bezig was. Of dat hoopte ik tenminste.
Al snel vroeg hij of ik hem nog een keer wilde zien. Natuurlijk zei ik ja. Toen het zo ver was, had ik mij voor een keer opgemaakt. In de spiegel keek ik naar mezelf in het simpele zwarte kleedje dat ik had uitgekozen. Mijn ogen trokken alle aandacht, zodat het moeilijk was los te komen uit mijn eigen blik. Ik was vergeten hoe het was om me zo mooi te voelen.
Zodra Arthur me zag, opende hij met een compliment: “Je ziet er weer absoluut fantastisch uit.”
Ik bloosde. “Jij nog beter.” Hij had duidelijk ook moeite gestoken in zijn outfit en die moeite loonde. Samen moeten we er prachtig hebben uitgezien. Ik ging naar hem toe om hem te omhelzen.
“Pas op dat mijn kleren niet kreuken,” zei hij lachend voor hij zijn arm om mijn middel sloeg als een omhelzing. Ik had het niet verwacht, maar dat was het begin van een perfecte avond. Elegant, ordelijk, vol boeiende gesprekken en bovenal heerlijk eten.
Het afscheid was kort, maar ik beloofde dat we elkaar snel weer zouden zien.

Onze volgende date was opnieuw pas enkele weken later. Ik had het heel druk met werk en andere dingen, zodat ik nooit tijd had voor hem. Uiteindelijk vroeg Arthur of ik niet gewoon een avond bij hem wilde komen eten, heel informeel, zodat ik niet te veel tijd zou verliezen. Omdat ik toch ooit moest eten zei ik ja.
Arthurs huis zag er verrassend netjes uit. De grootste rommel waren enkele stapels boeken en kranten die hier en daar rondslingerden. Ook stond er een mand kleurrijke hondenspeeltjes die ietwat uit de toon viel. Desondanks zei hij: “Let niet op de rommel. Wil je aan tafel gaan?”
“Graag, mag ik weten wat er op het menu staat?”
Arthur lachte geheimzinnig. “Dat is een verrassing, maar ik beloof dat je het lekker zal vinden.”
“Goed dan. Mooi huis trouwens. En zijn dat hondenspeeltjes?”
“Ja, heb ik niet verteld dat ik een hond had? Lancelot. Hij is een schat.”
“Dat geloof ik zeker. Ze zeggen toch dat honden op hun baasjes lijken.”
Arthur glimlachte. “Je bent te lief.”
Toen ging er in de keuken een wekker af, zodat hij snel wegrende. Niet veel later kwam er een heerlijke geur uit de keuken, gevolgd door Arthurs stem. “Het eten is klaar!”
Ik ging vol verwachting aan tafel zitten en al snel verscheen voor mijn neus een grote schotel hete bliksem. Mijn lievelingseten. Ik herinnerde me amper dat ik daarover iets gezegd had tegen hem. Niet veel later verscheen de liefste hond ooit naast mij. Nieuwsgierig rook hij aan mijn been. Als antwoord bood ik mijn had aan en aaide hem. Ik wilde bijna opstaan om een hondenspeeltje te halen, toen ik besefte dat ik op een date was. Misschien niet het juiste moment. Ik streelde Lancelot een laatste keer voordat ik me weer tot Arthur richtte. “Het spijt me, ik ben hier voor jou, niet voor hem.”
“Nee, ik ben juist blij dat jullie het met elkaar kunnen vinden. Je bent goedgekeurd.”
Ik lachte. “Goedgekeurd? Wat bedoel je daarmee? Was jij het niet die per se met mij wou afspreken?”
“Ik bedoel door de hond.”
“Ah, natuurlijk. Heel belangrijk.”
“Maar vertel me eens wat meer over jezelf, waar ben jij zoal mee bezig?”
Dus begon ik te vertellen. Arthur luisterde vol interesse en stelde zoveel vragen dat ik bijna vergat waarvoor ik hier was. Ik forceerde mezelf te focussen en een vraag voor hem te bedenken zodat ik hem ook kon leren kennen. Het was moeilijker dan verwacht. Waarom was het zo makkelijk voor hem om dit gesprek lopend te houden? En waarom kon ik het niet de richting uitsturen die ik wilde? Niet dat ik het geen leuk gesprek vond, ik wilde eigenlijk ook niet van onderwerp veranderen. Maar het voelde alsof dat moest. Ik probeerde te denken, maar de manier waarop hij me aankeek maakte dat onmogelijk. In kon niet wegkijken, ik kon niets zeggen, ik voelde mij machteloos. Waar was ik aan begonnen? Ik dwong mijn ogen naar mijn bord te kijken en at in stilte verder.
“Is alles oké?” vroeg hij. Ik knikte zonder hem aan te kijken.
“Vind je het lekker?”
“Heel lekker.” Ik maakte de fout mijn ogen weer op te richten zodat ik zag hoe hij mij recht aankeek. Instinctief begon ik te lachen.
“Wat is er zo grappig?”
Ik wist het niet. “Gewoon, deze hele situatie.”
Hij glimlachte lief alvorens meer op zijn bord te scheppen. Geweldig, dit ging nog langer duren.
Verrassend genoeg ging de avond echter snel voorbij. Zo snel dat Arthur zodra het eten op was, voorstelde of ik niet langer wou blijven om samen een film te kijken. Ik had geen zin om naar buiten te gaan, maar dit was niet het plan. Alles ging makkelijker en sneller dan verwacht. Ik wilde nee zeggen, ik wilde hier weg, naar huis. Ik zei ja. Dit is waarvoor ik hier was. Als ik een relatie wilde, kon ik niet blijven wegrennen. Het was duidelijk dat Arthur zijn best deed om me op mijn gemak te doen voelen. Hij deed alles perfect. Dit was mijn kans, het moment waarop ik ervoor moest kiezen verder te gaan, dus zette ik de volgende stap, erop vertrouwend dat ik mezelf niet zou verliezen. Hij was gevaarlijk, maar ik wist waar ik mee bezig was, dus liet ik mij naar zijn zetel leiden.

Ik zat naast hem, comfortabel, maar kon mij niet ontspannen. Alles hieraan voelde fout, de vreemde omgeving, zijn nabijheid. Ik zat in het hol van de leeuw en kon niet meer weg. Mijn hart klopte in mijn keel. Even dacht ik dat ik mezelf verkeerd had ingeschat. Is dit hoe verliefdheid voelde? In dat geval was het afschuwelijk. Ik ging dood van de stress. Ik was hier echt, wat nu? Ik moest een move maken. Hoe? Iets dichter kruipen? Een hand op zijn knie? Het voelde allemaal onnatuurlijk.
Arthur draaide zijn hoofd naar mij en glimlachte. Dat zag ik als mijn moment. Ik lachte terug in een poging er zo min mogelijk intimiderend uit te zien, waarna ik naar hem toe schoof zodat mijn hoofd op zijn schouder rustte, mijn benen dramatisch uitgespreid over de plek waar ik eerst gezeten had. Hij reageerde door een hand om mijn schouder te leggen die ik weer vastnam met de mijne. Geen van ons keek weg van de film, het voelde bijna gerepeteerd. Zo bleven we lange tijd zitten, af en toe van positie veranderend. Mijn hand ging naar zijn been, die van hem zakte langs mijn arm naar beneden tot hij op mijn heup rustte, mijn hand volgde. Met mijn duim streek ik langzaam over de zijne tot hij plots zijn hand omdraaide en zijn vingers tussen de mijne reeg. Zijn grip was stevig en geruststellend. Toen keken we elkaar voor het eerst opnieuw aan en zodra ik zijn vastberaden blik zag, wist ik wat er stond te gebeuren. Zelf lukte het mij ook niet een triomfantelijk glimlachje te onderdrukken. Ik keek recht in zijn ogen, liet mijn blik naar zijn lippen zakken en keek hem weer doodstil aan terwijl ik wachtte tot hij de zakdoek op zou rapen die ik had laten vallen. De kus zelf ging op automatische piloot. Ik deed mijn best niet stil te staan bij wat er gebeurde, het moment voorbij te laten gaan alsof ik niet meer in mijn lichaam was. Hij kuste goed, alsof hij veel ervaring had. Als vanzelf ging ik rechter zitten om de afstand tussen hem en mij te verkleinen. Ik verplaatste een van mijn benen zodat ik in essentie achterstevoren op zijn schoot zat. Met mijn handen woelde ik door zijn haar. Ook zijn grip verstevigde. Het voelde alsof hij geen genoeg van mij kon krijgen. Toen hij terugtrok, was er een moment van stilte waarin we elkaar beiden aankeken. Ik gaf hem nog een snelle kus voordat ik van zijn schoot af klom, mijn kleed rechttrok en zei: “Ik denk dat het tijd wordt dat ik ga.”
Een snelle flits van verwarring, ergernis, misschien zelfs paniek, vloog over zijn gezicht, al snel vervangen door een gespeelde bezorgdheid.
“Is alles in orde?”
“Ja, het is gewoon laat en ik moet nog naar huis.”
“Begrijp ik, wil je dat ik je breng?”
“Ik raak er wel, maar toch bedankt.” No way dat ik deze man zou tonen waar ik woonde.
“Oke, stuur me als je thuis bent.”
“Doe ik.”
Ik gaf hem nog een laatste knuffel alvorens de deur uit te wandelen.
“Tot snel.”
Ter antwoord stak ik enkel een hand in de lucht. Ik wist dat ik nu voorzichtig moest zijn om niet te snel te gaan. Als ik te enthousiast werd over hoe vlotjes het tussen ons ging, riskeerde ik overmoedig te worden en mezelf te verliezen. Deze avond had als een grote overwinning gevoeld, maar ik wist dat dat voor hem evenzeer het geval was als voor mij. Zijn interesse was gewekt, nu moest ik die enkel zien te behouden, wat moeilijker gezegd dan gedaan is in het geval van iemand die op elk moment klaar staat op zoek te gaan naar een ander. Maar ik had een tactiek, ik zou hem het gevoel geven dat ik voor hem gevallen was als een baksteen, maar mijn twijfels had bij hem als persoon. Dit zou hem hopelijk genoeg uitdaging geven om zijn best te doen het tegendeel te bewijzen. Zodra hij mij in zijn macht had, zou hij me ongetwijfeld weer laten vallen, maar tot dan wist ik dat deze man te competitief was om op te geven wanneer de prijs binnen handbereik leek te zijn. Mijn enige taak was te zorgen dat hij in die korte tijd zelf zou gaan geloven dat hij mij wilde en niemand anders. Met een vastberaden gevoel ging ik slapen.

De volgende ochtend zag ik dat Arthur vlak na mijn vertrek het volgende bericht had gestuurd:
Arthur 00:30
Hey, ik wou even zeggen dat ik het heel gezellig vond vanavond

Ariadne 08:05
Omg sorry, ik was compleet vergeten iets te sturen gisterenavond!

Arthur 08:14
Helemaal oke, ik hoop dat jij het ook naar je zin had

Ariadne 09:15
Natuurlijk!
Complimenten naar de chef :)

Arthur 09:15
Thx

Arthur 14:24
Heb jij vanavond iets te doen?

Ariadne 14:29
Niet meteen, hoezo?

Arthur 14:33
Zin om nog eens langs te komen anders?

Ariadne 14:52
Ik weet het niet

Arthur 15:09
Wat bedoel je?

Ariadne 15:12
Kan ik heel eerlijk zijn?

Arthur 15:13
Natuurlijk

Ariadne 15:13
Ik weet niet goed hoe ik dit uitleg…

Arthur 15:13
Is alles oké?

Ariadne 15:13
Dat wel

Arthur 15:14
Wil je me niet meer zien?

Ariadne 15:14
Jawel, maar idk

Arthur 15:15
Heb ik iets fout gedaan?

Ariadne 15:17
Nee, sorry, het ligt aan mij

Arthur 15:17
Als je het niet wil vertellen begrijp ik dat, maar misschien kan ik helpen

Ariadne 15:19
Het is gewoon dat ik gisteren het gevoel had dat je dit niet echt serieus nee
mt omdat alles zo snel ging

Arthur 15:21
Sorry
Hoe kan ik bewijzen dat dat niet zo is?

Ariadne 15:21
Ik heb een beetje tijd nodig denk ik

Arthur 15:23
Dus wil je me vanavond zien of niet?
We kunnen ook een wandeling maken

Ariadne 16:24
Oke

Arthur 16:45
Hoe laat?

Ariadne 16:49
20u of zo?

Arthur 16:50
Klinkt goed
Kan niet wachten

Ariadne 17:02
Tot dan!

We spraken af aan een parkje dat in het midden tussen onze huizen lag. Zodra ik hem zag, wierp ik mezelf in zijn armen met de nodige verbazing als reactie. Enkele seconden bleef ik in zijn ogen staren, alvorens een stap weg te zetten en in mijn vrolijkste stem te vragen: “Dus waar gaan we naartoe wandelen?”
“Kies maar, ik heb alles in deze omgeving al duizend keer gezien door mij wandelingen met Max.”
“Wat is je favoriete plek hier?”
“Er is een veldje met bloemen waar ik als kind altijd speelde.”
“Klinkt prachtig.”
En dus begonnen we te wandelen terwijl Arthur vertelde over zijn kindertijd. Af en toe stopte hij en vertelde een anekdote, zoals over de glijbaan waar zijn broer hem af had geduwd zodat hij zijn hand brak, of de boom waarbij ze keer op keer kampen hadden gebouwd. Even lukte het de tijd en het verleden te vergeten en deze man als dat onschuldige kind te zien.
Hand in hand wandelden we zo verder tot we bij het bloemenveld kwamen, waar we even stilhielden om de pracht ervan in ons op te nemen. Arthur had niet overdreven, in begin mei bestond het veld uit een bonte verzameling kleuren. Met de lage zon in onze rug die een lange schaduw wierp van onze half versmolten silhouetten voelde het alsof we ons in een romantische film bevonden.
We liepen langzaam naar het midden van het veld, waar we ons neerzetten om naar de zonsondergang te kijken. Terwijl we wachtten, ging ik liggen met mijn hoofd in zijn schoot. Hij speelde met mijn haar terwijl ik wegdroomde, genietend van de laatste zonnestralen op mijn huid en zijn zachte aanrakingen. Hoe hard ik ook haatte om het toe te geven, zijn aandacht streelde mijn ego. Het voelde goed om voor een tijdje mijn moraliteit aan de kant te zetten en te genieten van de bewondering. Vandaag was een gebroken hart geen gevaar dus kon ik evengoed het moment beleven. Dit is waar ik als kind van gedroomd had, de zonsondergang in een romantisch bloemenveld met de man die van mij hield. Alleen was alles nep nu. Ik dacht aan al de meisjes die hier voor mij met Arthur gezeten hadden, aan elk hart dat ik ooit gebroken had terwijl ik probeerde iets te zijn dat ik niet was. Het had allemaal hier naartoe geleid, naar de ultieme confrontatie. Ik lachte bij het beeld van deze rustige avond als een duel tussen twee machtige superhelden. Toen ik weer opkeek naar zijn gezicht, zag Arthur er toch eerder als een verliefde jongen uit dan als een antagonist. Even begon ik te twijfelen. Kon het dat dit echt was voor hem? Was ik de slechte in dit verhaal? Toen besloot ik dat dat er niet toe deed, hij had elke kans met mij verpest voordat hij mij ontmoette.
Ik ging rechtzitten en zei dat ik het koud had, waarop hij zijn trui aanbood. Ik sloeg hem over mijn schouders, daarover drapeerde Arthur zijn arm en zo liepen we terug richting zijn huis, als een oud koppel. Hoe hij ook aandrong, ik weigerde mee naar binnen te gaan, zeggende dat het anders te laat zou worden voor mij. We namen voor zijn deur afscheid met een knuffel, dan een kus. Die was om verwarring te zaaien, maakte ik mezelf wijs. Niet omdat dat als de juiste gang van zaken voelde. Ik had alles onder controle. Ik zat op het punt waar het voor de meesten misliep, waar ze zouden beginnen geloven dat hij echt om hen gaf. Nu moest ik ervoor zorgen dat de bal in mijn handen bleef. Het belangrijkste was zelf niet te happig te worden. Het was heel verleidelijk te proberen hem zo snel mogelijk weer te zien, maar dan zou het van hem afhangen hoe snel alles ging en dat was de manier bij uitstek om afhankelijk te worden van een man. Ik had het mijn beste vriendin zo vaak gezegd, maar eens je gewend bent aan iemands aanwezigheid, is het moeilijk om dat op te geven. Dat merkte ik nu ook. Tot nu toe was alles volgens plan gegaan, dus de rest moest ook nog wel lukken. Ik zou mijn tijd nemen zodat niet ik, maar hij ging hunkeren. Ik weigerde verslaafd te raken. Daarom schakelde ik mijn telefoon volledig uit zodra ik thuis kwam en ging meteen slapen. De volgende dag zou ik wel iets laten horen. Ik betwijfelde of hij zich echt zorgen om me zou maken, maar als dat het geval was, zou hij tenminste aan mij denken vannacht, en dat was het doel. Hij zou snel verslaafd zijn op deze manier. Alles geven en dan verdwijnen in de nacht, ik had van de beste geleerd.

Arthur 08:20
Goedemorgen! Goed geslapen?

Ariadne 8:24
Heel goed, en jij?

Hij had tegen de middag nog niet geantwoord. Normaal zou ik er niets van denken, maar ik wist dat dit was hoe hij tewerk ging. Het was de bedoeling dat ik ongeduldig op zijn antwoord zou wachten, maar ik wist dat hij mij meer wou dan ik hem. Ik had tijd dus als hij kinderachtig wou zijn, kon ik dat ook. Daarom dempte ik zijn berichten en ging verder met mijn dag. De volgende middag besloot ik weer eens te kijken.

Arthur 15:35
Ça va

Arthur 15:43
Hoe is je dag?

Arthur 21:06
Alles oké?

Ariadne 12:45
Ja, ik had het best druk gisteren

Arthur 14:20
Heb je het vandaag ook nog zo druk?

Ariadne 14:39
Best wel

Arthur 14:55
Dus geen tijd om met mij af te spreken?
Ik moest een lichte walging onderdrukken.

Ariadne 15:01
Voor jou kan ik tijd maken.

Arthur 15:08
Vanavond bij mij thuis? Laat maar weten wanneer je kan komen.

Ariadne 15:20
Is goed!

Die avond besloot ik dat het moment was aangebroken om hem te doen geloven dat hij moeite wilde doen voor mij, dat ik geen evidentie was. Hij zou meer van zichzelf moeten opgeven voordat hij mij in zijn greep zou krijgen. Ik spendeerde bijna een uur om me klaar te maken. Ik zag er perfect uit, veel te mooi voor de gelegenheid.
Toen Athur de deur opende en me van top tot teen bewonderend bekeek, voelde ik mij net een paradepaard.
“Je ziet er weer prachtig uit,” zei hij.
Ik glimlachte beleefd en wandelde naar binnen.
We aten grotendeels in stilte. Geen ongemakkelijke stilte, maar de stilte van twee mensen die genoeg hebben aan elkaars aanwezigheid. Ik voelde me sereen, wetende dat alles ging zoals het hoorde. Zijn blik verried een angst om mij te verliezen. Uiteindelijk nam Alex het woord.
“Weet je, ik ben echt blij dat ik je heb leren kennen.”
Ik zweeg, maar keek hem aan, voor de eerste keer keek ik hem écht aan en zag een mens voor mij zitten. Zijn oprechtheid chockeerde mij. Dit was goed, dit was wat ik wilde, dit was het plan. Toch voelde alles aan mijn leugen verkeerd. Hoe slecht hij ook was, ik was erger. Hoe absurd was het om pijn met meer pijn te vergelden? Wat loste ik op? Ik wilde niets liever dan zo ver mogelijk bij hem vandaan gaan.
Alex praatte verder, alsof hij niets merkte van mijn interne crisis. Hij zag een bloedmooie vrouw voor zich zitten die echt om hem gaf. Ik zag een monster.
“Nadat mijn ex mij verlaten had, dacht ik dat mijn leven voorbij was.”
Ik luisterde in stilte.
“Ze zei dat ik een slecht persoon was, dat ze blij was dat ze zich dat op tijd gerealiseerd had, dat ik haar had gemanipuleerd.” Toen zweeg hij even. “Ik wou dat ze me één reden had gegeven, zodat ik kon vermijden dat te doen. Maar ik had niets groots misgedaan, het was de hele manier waarop ik met haar omging. Ik was helemaal het probleem, ik kon nooit goed zijn. Ik zag haar leven enkel in functie van het mijne, alsof ze enkel relevant was wanneer ik haar nodig had. En zij stond altijd klaar omdat ze om mij gaf.”
“Hield je van haar?” vroeg ik, mijn adem inhoudend van de spanning. Ik kende dit verhaal maar al te goed.
“Dat besefte ik achteraf pas. Ze was een evidentie tot ze verween.”
“Zie je mij als een tweede kans?”
“Ik wil niet dat je dat denkt. Wat wij hebben is heel anders, jij hebt nog je eigenheid. Ik was enorm boos toen zij me verliet, zag het als een enorme onrechtvaardigheid alsof ik een soort recht over haar had. Maar dat is net waarom het goed is dat ze bij me is weggegaan. Ze hield amper haar eigen leven in handen.”
“Waarom vertel je me dit?”
“Het voelde juist. Ik wil dat je ook dit deel van mij kent, zodat er geen geheimen zijn. Verafschuw je mij nu?”
Ik had nee moeten zeggen. Ik had in tranen moeten uitbarsten en beweren dat ik hem helemaal fout had ingeschat. In de plaats daarvan keek ik hem onderzoekend aan met een nieuwvonden respect. Ik had precies geweten hoe hij was, maar ik wist niet dat hij dat zelf ook deed. Hij beweerde niet perfect te zijn, hoe hard dat ook uitscheen naar de buitenwereld. Opeens voelde ik een diep medelijden voor de man. Als automatisch bewoog mijn hand naar de zijne op tafel. Ik nam hem voorzichtig vast, wachtte tot zijn ogen de mijne ontmoetten en zei: “Het is oké. Dankjewel om dit te vertellen, ik wil er voor je zijn.”
Er verschenen zowaar tranen in de ogen van het stoïcijnse beeld. Ik veegde ze weg, niet in staat na te denken. Niet veel later vertrok ik naar huis, mijn hoofd spinnend, vol twijfels en vragen. Was ik ergens aan begonnen dat ik niet kon afmaken? Het was alsof ik die avond een heel andere kant van mezelf had ontdekt. De man die ik eerst bewust had willen kwetsen op de wreedst mogelijke manier, wilde ik nu troosten. Ik stond klaar iedereen die hem iets aandeed dubbel zo hard terug te slaan. Toen besefte ik dat ik mij niet in de afgrond zou storten vanwege een romance, maar dat al gedaan had voor de vriendschap. De harde realiteit was dat ook ik niet bestand was tegen liefde. Hoe ik uit deze put zou klauwteren was nog maar de vraag.
Die nacht sliep ik slecht. Arthur ook blijkbaar want midden in de nacht zag ik dat hij me een bericht gestuurd had en meteen weer verwijderd. Ik staarde naar de bubbel met de zielloze letters: "Dit bericht is verwijderd" en vroeg me af wat er gestaan zou hebben. Het deed er niet toe, de situatie bleef dezelfde.

De volgende dag bleven we luchtige berichtjes sturen zoals gewoonlijk. Geen van ons zei nog iets over het zware gesprek van de nacht voordien en voor mij was dat helemaal oké. Normale gesprekken kon ik tenminste voeren zonder bang te zijn dat ik aan het vallen was voor de ex van mijn beste vriendin.
Ook die avond besloten we elkaar weer te zien, deze keer na het avondeten. Ik ging weer naar zijn huis, een weg die ik intussen op automatische piloot kon afleggen en belde aan. Het enthousiasme op zijn gezicht toen hij mij zag, stak me als een zwaard. Ik was niet klaar om weer een avond met hem te spenderen. Hij verdiende het niet dat ik hier gevoelloos zat terwijl hij zijn hart uitstortte. Maar ik kon hem ook niet verwonden door weg te wandelen. Het was als een pijl die zijn vlees was binnengedrongen, die meer schade zou veroorzaken wanneer hij eruit werd getrokken, maar zou ontsteken als hij in zijn lichaam zou blijven zitten. Ik was de pijlpunt met gemene weerhaken, eens afgevuurd niet meer te stoppen, op een ramkoers met zijn kwetsbare hart. Het was te laat voor ons beiden.

De hele avond was ik in gedachten verzonken, stelde de pijn uit waarvan ik wist dat hij eraan kwam. Zo lag ik in zijn armen alsof er niets aan de hand was, alsof ik echt van hem hield. Vanbinnen voelde elke aanraking als gif dat binnendrong in mijn huid, terwijl ik comfort zocht bij dezelfde man die de pijn veroorzaakte. Nog enkele seconden liet ik mezelf van zijn aanwezigheid genieten. Dezelfde man die ik dood wenste nog voordat ik hem ooit had ontmoet, wiens lot ik bezegeld had die dag in de bar, lag nu weerloos tegen mij aan, nietsvermoedend. Hij zag er onschuldig uit zo, en het was moeilijk om me voor te stellen dat dit de persoon was die mijn vriendin zo veel ellende bezorgd had. De gedachte aan haar, degene waarvoor ik dit allemaal deed, trok mij terug naar de realiteit. Een heel plan had ik bedacht om zijn vertrouwen te winnen. Het was makkelijker dan ik had gedacht, maar ik had dan ook te veel van mezelf in de strijd geworpen. Het bleek afschuwelijk makkelijk te zijn om anderen en jezelf te kwetsen. Het bleek onvermijdelijk.
Ik haalde diep adem en keek hem aan. Het duurde enkele seconden voordat ik iets kon zeggen.
“Sorry, ik kan dit niet,” is wat uiteindelijk uit mijn mond kwam. Arthur keek zoals die keer eerder zowel verward als paniekerig, alvorens mijn haar geruststellend uit mijn gezicht te vegen en te vragen: “Wat bedoel je?”
Toen kwam het er allemaal uit: “Wij, dit alles, het is een grote leugen."
Ik zag een donkere schaduw over zijn gezicht trekken.
“Ik had het eerder willen bekennen, maar ik wist niet hoe. Ik had een heel wraakplan, ik zou je verleiden en dan dumpen op de meest pijnlijke manier. Maar dat was voor ik je kende en nu kan ik het niet, en ik weet dat het nog steeds pijn zal doen, maar ik kan ook niet tegen je blijven liegen.”
“Wraakplan?” Onderbrak Arthur.
“Die ex waar je over vertelde, ze was mijn beste vriendin. Ik ben de reden dat ze je verlaten heeft, het was afschuwelijk te zien hoe ongelukkig ze werd.”
Arhtur keek me sprakeloos aan, zijn ogen doordringender dan ooit.
“Ik dacht dat ik iets rechtvaardigs deed, dat ik spion kon spelen. Ik was fout, het spijt me.”
Vervolgens stond ik recht, trok mijn schoenen en jas aan en ging de deur uit. Toen ik me omdraaide om hem dicht te trekken, zag ik dat Arthur nog steeds op dezelfde manier in de zetel lag, een gapende leegte waar ik was opgestaan. Met een zucht trok ik dit hoofdstuk achter mij dicht, zwerend dat ik nooit meer zou doen alsof ik gevoelens voor iemand had. Het was gedaan, maar het schuldgevoel zou ik nooit vergeten.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen