wiederholung

Dan schiet ik weer overeind. Fuck! Het is vandaag donderdag! Hoe laat is het? Ik zoek naar een klok, maar die hangt hier natuurlijk niet. Volgende keer meenemen… Ik spring overeind en ren de trap af. Snel trek ik de deur achter me dicht en ren naar school. Half 10. De 2e les is al begonnen. Shit shit shit.

give me my history
Als ik op school kom, is de pauze al bezig. Voor het hek staat een bus, nouja…tussen een bus en een busje in. Ik zie hoe Bill en Tom het gebouw uit komen lopen, omsingeld door bodyguards. Ze stappen het busje in en net voordat hij binnen is, vang ik Toms blik. Hij is verward, precies zoals ik me nu ook voel. Zwijgend zie ik hoe de deur dichtgeschoven wordt. Ik voel hoe iemand achter me komt staan. “ze krijgen thuis les en gaan weer op tour,” zegt Deem zachtjes. Nog steeds blijft mijn blik op het busje hangen, een traan prikt in mijn oog. Langzaam trekt de wagen op en rijdt het terrein af. Door de achterruit zie ik 2 gedaanten zitten. één daarvan heeft een pet op. Ik duw me door de menigte heen naar binnen. Mensen kijken me geïrriteerd na, maar ik let er niet op. Vloekend loop ik door de school, trap tegen alles wat ik tegenkom. Waarom kan ik nou nooit normaal reageren op situaties, op vragen die zo logisch zijn. Ik vervloek de dag dat de tweeling op school kwam. Nog steeds storm ik door de gangen, 3x, 4x, 5x door de hele school. Ik sla een hoek om en bots tegen iemand op. “kijk uit je doppen!” “doe het zelf.” Hoera, van ál de mensen die er op deze school rondlopen, moet ik nét tegen Dave opbotsen. Ik duw hem aan de kant en storm langs hem heen. Als ik in de hal kom, stromen de leerlingen de school weer in. Koppig als ik ben loop ik tegen de stroom in naar buiten. Ik loop rechtstreeks naar huis en laat me op bed vallen. Mijn tante klopt zachtjes op mijn deur. “mag ik binnen komen?” “je doet maar.” Voorzichtig gaat de deur open en mijn tante kijkt om het hoekje. Langzaam loopt ze naar mijn bed en komt op het randje zitten. Een tijdje blijft het stil, een traan rolt over mijn wang. “wil je me vertellen wat er is?” zacht veegt ze mijn traan weg. Maar mijn muur valt niet weg te vegen. En dus zeg ik: “nee.” Té bot, ik weet het. Ze blijft nog een tijdje zitten, maar als ze doorheeft dat ik echt niets ga zeggen, staat ze op en loopt ze mijn kamer weer uit. Meteen als de deur in het slot valt, stromen de tranen over mijn wangen. Wat hebben ze met me gedaan? Normaal kon dit me nooit wat schelen. Mensen komen en gaan, wandelen door je leven. Sommigen blijven lang, anderen kort, maar nog nooit deed het zoveel pijn als iemand wegging. Wegging, ja. Ik weet gewoon dat ik ze nooit meer zie.

Een paar maanden gaan voorbij. Ik ben in een diep dal gestort en weet niet hoe ik er uit moet komen. Op school gaat het bagger, heb elke dag mot met Dave en ben niet bij de les. Op een gegeven moment ben ik het zat. Het is weekend en ik zit beneden op de bank, voor het eerst in 3 maanden. Mijn tante komt binnen en rommelt wat in een kastje. “Joanne?” ze werpt even een blik over haar schouder “hmmhmm…” “waar is de doos met alle dingen van vroeger?” ze draait zich volledig om en kijkt me verbaasd aan. “hoezo? Heb je die nodig?” ik knik. “ik zal hem even voor je pakken.” Ze loopt naar de gang en een paar minuten later komt ze terug met de schoenendoos vol met mijn verleden. Ze zet hem voor me op tafel en verdwijnt dan naar de keuken. Ik staar naar de doos. Ga verzitten, maar blijf ernaar kijken. Voorzichtig steek ik mijn vinger uit, maar trek hem snel weer terug. Misschien dat het beter gaat als ik buiten ben. Dus pak ik de doos op en loop naar buiten. Ik loop naar het park en laat me op het derde bankje vallen. De doos zet ik zorgvuldig op mijn schoot. Een tijdje kijk ik ernaar en bijt op mijn lip. Dan merk ik dat er iemand naast me komt zitten. Ik kijk even op en zie dat het Hein is, dan richt ik mijn blik weer op de schoenendoos op mijn schoot. Enkele ogenblikken blijft het stil, dan vraagt Hein: “wat is dat?” “doos.” “echt joh,” zijn stem zit vol sarcasme, “wat zit erin?” “gewoon, dingen.” “heb je er al in gekeken?” “nee…” “doe dan.” Ik bijt op mijn lip en voel een traan in mijn ooghoek. Snel wend ik mijn hoofd af en knipper hem weg. “huil je?” “nee.” “waarom wil je de doos niet openmaken?” “kweenie. Ben gewoon bang om te zien wat ik denk dat er misschien inzit.” “wat denk je dat erin zit?”

Reageer (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen