What is this feeling - 15

wiederholung
Tom glipt zijn lokaal in, grist zijn tas van tafel en snelt het lokaal weer uit. Lachend lopen we naar de aula, de bodyguards achter ons, maar daar aangekomen beseffen we dat dit niet zo’n geniaal plan was. We rennen snel de hal weer in, naar buiten. Ik trek ze mee achter een muurtje. We horen meisjes krijsen, haast in paniek omdat de tweeling ineens verdwenen is. Gebukt lopen we verder langs het muurtje en komen uit in een parkje.
what's with the knife?
Ik trek een sprintje naar de schommels en eer dat de jongens ook aangekomen zijn zwaai ik al hoog door de lucht. Bijna ram ik Bill van zijn voeten, maar hij kan me nog net ontwijken. In zijn ogen zie ik dat hij een halve hartverzakking heeft gekregen en hij laat zich in het gras vallen. Tom is ook op een schommel gaan zitten, maar verroert zich niet. De tweeling verteld me hoe hun tour verlopen is, waar ze zijn geweest, of het leuk was en dat ze het hier wel een beetje hadden gemist. Wat is het eigenlijk een chaos op school, nu ze weer terug zijn. Ineens zijn mensen fan geworden en kunnen de jongens niet normaal meer door de school lopen. We besluiten om vandaag lekker niet naar school te gaan, inderdaad een heel wijs besluit de eerste schooldag
, maar daar gaat het niet om. We brengen onze tassen thuis en nemen wat te drinken. Voor het eerst in al die tijd kom ik bij Bill en Tom op hun kamer. Het eerste wat me opvalt, is een fotolijstje met, uiteraard, een foto erin. Ik pak hem van de kast en breng hem dichter bij mijn ogen. 3 peuters/kleuters. 1 meisje, 2 jongens. Het komt me vaag bekend voor, maar kan het niet plaatsen. Tom is achter me komen staan. “dat was vóórdat we naar Loitsche verhuisden.” Ik schrik me rot en mijn wangen kleuren rood. Snel knik ik en zet het fotolijstje weer terug.
Na een uurtje ons verveeld te hebben stel ik voor om naar buiten te gaan. Die 4 muren om me heen maken me gek. Het begint al te schemeren als we door de straten lopen. Ik laat ze de stad zien. De kerk, het stadhuis, de beste kroeg waar je altijd drank kan halen, het marktplein, alles. Het is al donker als we langs de kraakpanden lopen. Ik voel de spanning van de jongens. Ze voelen zich hier duidelijk niet op hun gemak. Van boven hoor ik iemand mijn naam roepen. Ik tuur de duisternis in en vraag wie er is. Het is Danny, ik slaak een kreet en de jongens verstijven. Niet lang daarna gaat er beneden een deur open en vlieg ik Danny om zijn hals. “gozer, lang geleden!” “was even de stad uit.” “waar heb je allemaal rondgehangen?” “gewoon, beetje dorpjes/steden in de buurt.” “cool, maar nu ben je terug. Voor goed?” hij knikt, maar ik zie dat het niet van harte is. Dan hoor ik iemand achter me kuchen. Ik realiseer me dat Bill en Tom er natuurlijk ook nog zijn en stel ze aan Danny voor. Ze staan er maar een beetje raar bij en dus zeg ik Danny gedag en lopen we verder door de achterbuurt. Een groepje jongens blokkeert de doorgang Een paar ken ik, ze hangen altijd hier rond. Het zijn zegmaar niet mijn beste vrienden. “wat doen we nu?” vraagt Bill een beetje angstig. “gewoon doorlopen,” sis ik hem toe. Als we tegenover ze staan en ze niet aan de kant gaan, zeg ik: “laat ons erdoor.” Ik zeg het kalm en totaal zonder agressie in mijn stem. “wat doet mijn mooie chick met 2 van die debielen?” hoor ik Sam zeggen. Hij doet een stap naar voren. Onze gezichten zijn dicht bij elkaar. “houd je bek, Sam, ik ben je chick niet,” zeg ik. “zozo mevrouw wordt opstandig.” “word ik niet, ben ik al.” “en bijdehand.” “Sam, ga aan de kant en laat ons erdoor,” verzucht ik. “nee.” Met een snelle beweging trek ik mijn mes uit mijn riem en richt het op zijn hals. “nog één keer: laat ons erdoor.” Met mijn andere hand houd ik zijn hand tegen die ook een mes pakte. Ik druk het koude metaal tegen zijn kin. Hij geeft een seintje en de groep wijkt uiteen. Ik haal het mes van zijn kin en laat zijn hand los. Rustig loop ik door de groep heen met Bill en Tom op mijn hielen. “dankje, schat!” roep ik Sam toe. Ik hoor hem vloeken. De jongens wisselen blikken over mijn hoofd en als we weer in een verlicht deel van de stad zijn houden ze me stil. “wat was dat daarnet?” “niks,” mompel ik koppig. “heb je dat mes altijd bij je?” “ja” “waarom?” “gewoon” “ al eens gebruikt?” “wat is dit? Kruisverhoor?!” “JA” roepen ze in koor. “dan kan ik je vertellen dat die hierbij is afgelopen.” En ik loop weg. Meteen hoor ik snelle voetstappen achter me en wordt ik aan mijn schouder tegengehouden. Ik ruk me los, werp een woedende blik achterom en storm verder. Ik sla een steegje in en klim een trap op. Ik zie hoe de jongens doorlopen en hoop dat ze hun huis nog kunnen terugvinden.
Er zijn nog geen reacties.