03. you're afraid of your own feelings, and i don't blame you

Cliché? I don't think so.
'Daar ben je.' Ik liep op Draco af, die geschrokken op keek. Toen hij zag dat ik het was, schudde hij zijn hoofd en staarde hij weer voor zich uit. 'Wat doe jij hier?' vroeg hij snibbig. Ik haalde mijn schouders op en ging naast hem op de grond zitten. Ik had kunnen reageren zoals iedereen op die vraag reageerde; met een gevat 'dat zou ik ook aan jou kunnen vragen'. Maar dat was cliché, and we didn't do clichés. 'Je zat niet in de Grote Zaal. Ik maakte me zorgen.' Ik trok mijn knieën op en sloeg mijn armen erom heen. 'Draco.. alsjeblieft. Ik weet dat je niet zomaar iedereen vertrouwt, maar..' Ik slikte. 'Zijn we daar inmiddels niet overheen?' Hij reageerde niet en ontweek mijn blik, zelfs toen ik mijn hand op zijn schouder legde. Het klopte niet. Ik hoorde degene te zijn aan wie hij alles durfde te vertellen, zelfs al waren we bestemd elkaar te haten. Ik was de enige die genoeg om hem gaf om de ware Draco te ontdekken: een jongen die net zo kwetsbaar was als ieder ander.
Een kwartier lang kreeg ik niet meer van hem te horen dan zijn ademhaling. Ik had niet verwacht dat hij zou gaan praten, maar was opgelucht toen hij eindelijk zijn mond opendeed om iets te zeggen. 'Ik.. heb een opdracht,' zei hij langzaam en hij keek me aan. Ik knipperde even. 'Wat voor opdracht? Bedoel je voor school?' Ik beet snel op mijn lip toen hij wegkeek en wist dat ik niet zo aan moest dringen. Het bleef weer even stil. 'Het is gevaarlijk. Erg gevaarlijk. Maar als het me lukt, dan ben ik een held. Een held, Rory. Kan je het je voorstellen?' Hij kon zichzelf er niet toe brengen me nog eens aan te kijken, maar dat maakte niet uit. Ik was al tevreden dat hij tegen me praatte, dat hij dit vertelde. Het was misschien een nogal vage omschrijving, maar voorlopig was het goed genoeg. Als ik hem maar kon steunen. Ik twijfelde even voordat ik antwoordde. Voor je het wist stond Harry freaking Potter om het hoekje te luisteren, en ik had er geen behoefte aan als hij de details over mijn privé-leven deelde met de rest van Gryffindor, alsof hij één of andere Dreuzel was die een roddelblad runde. Ik schraapte mijn keel. 'Je bent altijd mijn held geweest.'
'Wat gaat er in jouw hoofd om?' vroeg ik zachtjes terwijl Draco zwijgend ijsbeerde. In eerste instantie dacht ik dat hij me niet gehoord had, tot hij ineens begon te praten. 'Ik snap het niet! Waarom moet Pótter dit soort dingen altijd overkomen? De helft van de minderjarigen op school heeft geprobeerd zijn naam in de Vuurbeker te gooien, zonder succes. En daar komt meneertje Potter, bij wie alles altijd perfect gaat! Ik wed dat Perkamentus hem heeft geholpen, ik wéét het gewoon!' Ik zuchtte. 'Draco, wind je niet zo op.' Hij keek me niet aan terwijl hij heen en weer bleef lopen. 'Waarom lukt het uitgerekend hém om mee te doen! Alsof hij die eeuwige roem nodig heeft, alsof meneer-Het-Onuitstaanbare-Joch-Dat-Bleef-Leven niet al beroemd genoeg is!' Ik stond op van mijn niet al te comfortabele plek op het natte gras. 'Draco, denk je nou echt dat hij hiervoor heeft gekozen?' Draco keek me aan met een blik van pure afgunst. Ik schrok ervan; zo keek hij altijd naar anderen, nooit naar mij. 'Waarom neem je het voor hem op?' snauwde hij. Ik schudde mijn hoofd. 'Ik neem het niet voor hem op, maar je hebt het zelf gehoord! Er gaan mensen dóód in deze wedstrijd!' Draco schudde zijn hoofd. 'Je snapt het niet. Je begrijpt het niet!' Ik pakte hem bij zijn schouders vast, maar hij weigerde me nog aan te kijken. 'Wát snap ik niet? Leg het dan uit, jeetje!' Toen hij eindelijk opkeek, wou ik dat het nog steeds diezelfde uitdrukking van afgunst was. Alles was beter dan de gebroken blik die hij me nu gaf. 'Iedereen houdt van Potter. Wat hij ook doet! En nu dit weer. Je zult zien, op de één of andere manier overleeft hij het, en dan is hij opnieuw Potter de grote held. Hij is altijd de held!' Kwaad trok Draco zich los en begon van de heuvel af te lopen. 'Draco, wacht!' Het verbaasde me dat ik nog iets uit kon brengen. Het was de eerste keer dat Draco liet zien dat hij het zich meer aantrok dan hij liet merken. Het ging er niet alleen om dat hij het Potter niet gunde, hoewel dat wel gedeeltelijk zijn frustratie veroorzaakte.
Hij was jaloers. Hij was jaloers op de jongen die zijn ouders nooit had gekend, nooit met rust werd gelaten, op de ene jongen waar hij nooit jaloers op had willen zijn. Niet alles was te verkrijgen door middel van geld, of macht, en dat had Draco in levenden lijven ondervonden. Onder zijn zelfvoldane grijns zat altijd iets verscholen, iets met een diepere betekenis - het was net een optische illusie. Je weet wel, van die plaatjes waar het de bedoeling is dat je er iets anders in ziet? Eerst doe je moeite, om het te kunnen herkennen en als je het eenmaal hebt gezien, zul je het altijd zien. Je kunt het nooit meer niet zien. En ik begreep het.
Je bent altijd mijn held geweest. Was het waar? Was deze jongen, nauwelijks ouder dan mij, die zich verborg achter een duivelse grijns en valse opmerkingen, die de laatste tijd rondliep alsof hij de wereld op zijn schouders meedroeg, mijn held? Mijn onderbewustzijn schreeuwde het antwoord al voordat mijn hersenen het hadden uitgevogeld: ja. Hij wás mijn held. Hij was mijn held sinds de dag dat ik hem voor het eerst zag, toen hij rondliep alsof hij de zaak van Olivander bezat. Hij was arrogant en egoïstisch en ik had nooit, nooit zo betrokken bij hem moeten raken. Het probleem is dat ik geen enkel greintje spijt had.
Ook niet van het feit dat, toen mijn opmerking voor het eerst in weken een glimlach op zijn gezicht toverde, ik zijn gezicht in mijn handen pakte en hem zoende.
Het was niet romantisch, of teder. Het onbeholpen en niet goed doordacht, en doordrenkt van rauwe tienerliefde, maar het was het soort moment dat ik nooit meer zou vergeten. En ik zou er voor zorgen dat dat voor Draco ook gold.
Reageer (1)
snel verder <33
1 decennium geleden