Foto bij Cendrillon

Schrijfwedstrijd.

Het was dé avond, de avond van het bal van de koningszoon.
Alle vrouwen in het hele Rijk waren nog mooier opgedirkt en hadden nog langer voor de spiegel gestaan, dan normaal. De duurste jurken, waar de kleermaker dagen mee bezig was geweest én duizenden guldens had gekost, werden uit de kast gehaald, de muiltjes werden tevoorschijn gehaald uit de onaangeraakte schoenendoos, waar een minuscuul laagje stof oplag en de mooiste sieraden afkomstig uit Afrika, maakte het gehele plaatje af. Alles voor hun laatste kans om de aanstaande bruid van de koningszoon te worden én dus ook koningin.

Elke vrouw in het land ging naar het bal, behalve Assepoester. Zij had geen mooie kleren, geen muiltjes en al zeker geen sieraden. Enkel het kleine zilveren kettinkje, wat ze voor de dood van haar vader had gekregen, als erfstuk van haar moeder. Het kostbaarste wat ze nog had, zowel als herinnering als materieel bezit én het enige wat haar stiefmoeder haar nog niet had afgenomen. Ze had geen eigen leven meer, alles werd voor haar bepaald én vooral in negatieve zin.

En jij wil naar het bal?!’ riep haar stiefmoeder, met een spottende ondertoon. Haar ogen veranderden van groen naar gifgroen. ‘Je hebt je taken niet volbracht. Uit de as waren niet alle erwten gehaald, zoals ik je opgelegd had. Je haalt tot op de laatste erwt uit de as. Op de vloer in de eetzaal zitten nog vlekken, die heb je dus niet goed schoongemaakt, dus dat word opnieuw boenen. Én in mijn jurk uit Parijs zit een grote strijkvouw. Zorg dat dit alles in orde is, als we thuiskomen van het bal! Wie wil jou nou?’ Die laatste woorden staken als vlijmscherpe messen in haar lichaam. Geen enkel klein compliment, geen enkele goedkeuring voor de taken, die ze volbracht had. Niks en het zou ook nooit goed gevonden worden.

In haar grijze lompen, vol gaten en zwarte vlekken van de as, liep ze de keuken uit, naar buiten, waar een koude windvlaag haar vriendelijk verwelkomde. De zon was al ondergegaan, de laatste rode gloed lag als een dun draadje op de horizon. De zon had plaats gemaakt voor de maan en de sterren, om aan de hemel te schitteren als vallende diamanten. Als een warme deken lag de mist over de tuin verspreid. De takken van de hazelaar accentueerden zich in de donkere, strakke lucht. Het leek net een schilderij, maar helaas was er geen spatje verf te bekennen om het beeld op te fleuren.

Op blote voeten zette ze kleine stapjes richting de hazelaar. Het zand kleefde aan de onderkant van haar voet en knarste over het grind. Steeds zette ze een stap dichterbij naar de hazelaar, waaronder haar moeders graf bevond, wat rondom bezaaid lag met bloemblaadjes, afkomstig van de uitgebloeide rode rozen. Voor het graf bleef ze stilstaan en keek omhoog naar de takken, die zachtjes bewogen op de ritme van de wind. De bladeren ruisten zachtjes, net alsof ze naar elkaar fluisterden. Diep haalde ze adem en blies de lucht weer rustig uit. “Boompje schud heen en weer, stort goud en zilver op mij heen.” fluisterde ze zacht, net alsof elk woord breekbaar was.

Vanaf de vele takken verschenen vogeltjes, honderden vlogen over haar heen. Kleine vogels, grote vogels, dikke en dunne. Ze wapperden met hun vleugels en zilveren en gouden stof dwarrelden door hun veren heen, als regen naar beneden op Assepoester neer. Langzaam verscheen er een prachtige gouden jurk, afgewerkt met zijden en zilver borduursels. Aan haar voeten kleefden geen zand meer, maar waren vervangen door een paar blinkende gouden muiltjes.



Voorzichtig zette Assepoester een stap op de grote marmeren trap, die leidde naar de balzaal, waar momenteel het bal al een uur bezig was. Ook al zag ze er nu prachtig uit, toch bleef ze onzeker. Ondanks het feit dat haar stiefmoeder en stiefzusters zich ook op het bal bevonden en haar konden herkennen. ‘Wat is uw naam?’ vroeg een lakei in een rood livrei, bezet met gouden knopen op de mouw, die de wacht hield voor de deur, waar achter het bal zich bevond. Wat moest ze nu zeggen? Ze wist niet anders dan dat ze door iedereen in het huis Assepoester genoemd werd. ‘Aimée Daugreilh’ De lakei noteerde haar naam en maakte met een groot handgebaar duidelijk dat ze toe mocht treden tot de balzaal.

Een klein knikje gaf ze, tilde de zoom van haar jurk op en liep verder. De muren in de hal van het paleis waren crèmekleurig en afgewerkt met bladgoud. Aan de muur hingen immens grote schilderijen van landschappen en de Koninklijke familie. Ze keek haar ogen uit, maar het was nu niet de tijd om naar de schilderijen te kijken. Het bal was haar droom, die eindelijk uit zou komen. Voor het eerst zou ze als een mens onder de medemensen komen. Één keer haar masker als Assepoester, het meisje dat alleen kan schoonmaken, afzetten en haar échte gezicht laten zien. De deuren naar haar nieuwe leven openen en om twaalf uur weer achter zich te sluiten om voor de verdere rest van haar leven te leven als Assepoester, het meisje met het masker.

Hallo.’ Licht geschrokken keek ze op en een paar prachtige bruine ogen keken haar vriendelijk aan. Het was de prins, dé koningszoon. Ze tilde de zoom van haar jurk een stukje op en maakte een buiging. Verlegen keek ze hem aan, geen idee van wat ze tegen de prins moest zeggen. ‘Wilt U deze dans van mij?’ De prins stak zijn arm naar haar uit. Een glimlach ontstond op haar gelaat en haakte haar arm in de zijne. De prins leidde haar tussen andere genodigden heen, die beleefd aan de kant gingen. Dit gevoel had ze nog nooit gevoeld; de mensen keken tegen haar op. Ze was belangrijk.

In het midden van de balzaal stopten ze. De prins nam haar linkerhand en legde zijn andere hand op haar onderrug. Een glimlach schonk hij haar, voordat het orkest begon te spelen. Urenlang dansten ze onafgebroken, terwijl alle blikken van de genodigden, inclusief die van de koning op hen waren gericht. Met de minuut ontstonden er steeds meer vragen. “Wie was dat meisje?”

Niemand wist het en niemand zou het ooit te weten komen.



Haar warme adem dwarrelde door de koude buitenlucht. Ze waren gestopt met dansen en een wandeling buiten door de koninklijke tuinen gaan maken. Het was prachtig. Eigenlijk waren er geen woorden, die konden beschrijven hoe mooi het was. Wat zenuwachtig liep ze zachtjes voor zich uit, terwijl de prins zwijgend naast haar bleef lopen. Waar het pad ophield bleven ze staan en Assepoester keek naar de grond. Ze durfde niet in zijn ogen te kijken, te bang dat hij zou zien dat ze een minderwaardige schoonmaakster was, een mislukkeling. ‘Wat is je naam eigenlijk?’ Nu moest ze hem wel aankijken, anders was het een belediging voor de prins. ‘Euh…, ik-ik heet…’ Op het moment dat ze weer wilde liegen, sloeg de grote kerkklok twaalf uur. Haar leven als Aimée Daugreilh was afgelopen en ze zou weer terug veranderen in Assepoester.

Ze twijfelde geen seconde, tilde de zoom van haar jurk weer op en rende de tuinen uit, weg van de prins. Ze wilde nooit dat hij wist wie ze werkelijk was. Ze rende de poorten van het paleis uit, op weg naar het bos. Daar zou hij haar nooit kunnen vinden en via het bos kon ze nog sneller bij haar huis komen. Terwijl ze over het bospad rende, voelde ze hoe de zachte stof van haar jurk veranderde in de ruwe stof van haar lompen. De klem in haar haar verdween en haar haar dwarrelde over haar schouders, de gouden muiltjes verdwenen en ze voelde weer de natte bosgrond onder haar voeten, alleen haar zilveren kettinkje bleef aan haar hals hangen.

Doordat ze zo gehaast was, zag ze niet dat de wortels van een oude eik boven de grond uitstaken en ze viel erover. Met een harde smak viel ze op de grond en voelde hoe de natte bosgrond aan haar lichaam en kleding plakte. Ze ging op haar knieën zitten en veegde de aarde van haar gezicht, waardoor zwarte vegen op haar gezicht verschenen. Ze keek voor zich uit en zag in de verte het licht van het kasteel. Een warme traan vond vanuit haar rechterooghoek zijn weg naar beneden. Ze was weggelopen van het leven wat ze hád kunnen leven; een gelukkig leven, zonder zorgen en zonder gemene stiefmoeder en stiefzusters. Maar ze had dat leven laten schieten, omdat ze bang was; bang voor dát leven. Wie wil nou een schoonmaakster als aanstaande bruid én als koningin?

Assepoester voelde hoe haar huid door de kille wind veranderde in kippenvel. De warme tranen werden vervangen door koude, kille tranen. Met haar hand tastte ze in haar buideltje, wat ze om haar middel droeg. Ze haalde er een klein zilveren naaischaartje uit. Ze verstrengelde haar vingers in het schaartje en zette het in haar haar. Haar ogen sloot ze en sloot vervolgens haar hand. Ze voelde hoe een lok haar op haar blote been viel. Een andere lok volgde, nog één en nog één. Totdat de grond rondom haar bezaaid lag met prachtige bruine lokken haar. Zo zou de prins haar nooit meer willen; in lompen gehuld, zwarte vegen aarde op haar lichaam en kortgeknipt haar, wat er niet uitzag. Niemand zou haar ooit nog willen.

´Meisje?’ Diezelfde prachtige, warme stem als vanavond hoorde ze weer. Voorzichtig draaide ze zich om, wetend wie het was. Achter haar stond de prins. ‘Ben jij het echt?’ Ze wist al dat hij die vraag zou stellen. Wie zou haar nu nog herkennen? De prins zetten een stap dichterbij. ‘Blijf daar staan!’ riep ze verschrikt. Verbaasd keek de prins haar aan, maar bleef toch staan. ‘Waarom ben je mij gevolgd? Waarom?’ riep ze, eigenlijk harder dan ze bedoeld had. Ze stond op en richtte zich tot de prins. ‘Ik ben niet het meisje wat jij wilt zien, waarmee jij wilt trouwen en van zal houden. Kijk naar mij! Zie jij hier een koningin voor je staan? Een koningin in lompen, zwarte vegen aarde op haar lichaam en kortgeknipt haar.’Even stopte ze met haar zin en haalde adem. ‘Ik wil geen koningin worden. Het enige wat ik wil, is vrij zijn! Zo vrij als een vogel. Mijn vleugels kunnen uitslaan en vliegen naar de vrijheid, waar ik wel gerespecteerd word.’ De prins stond nog steeds op zijn plek ademloos te luisteren. Ze wilde niet op zijn antwoord wachten, ze wilde zijn antwoord niet eens horen. Ze draaide zich om en rende over het bospad het donkere bos verder in, om nooit meer gevonden te worden.

Reageer (2)

  • Hereafter

    Een beetje cliché,maar wel mooi.

    1 decennium geleden
  • Reticent

    Wauw!
    Ik vind hem echt heel erg mooi <3

    x.

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen