Foto bij Lilo in Nooitgedachtland

Iedereen kent het verhaal van de jonge Peter Pan die betoverd werd door de wondere verhalen van het meisje Wendy Darling, maar niemand weet dat jaren later, Peter opnieuw een fascinatie had ontwikkeld. Dit keer trekt Lilo Pelekai zijn aandacht, een jong meisje dat op een van de vele Hawaiiaanse eilanden woont en daar verhalen vertelt aan haar aliën - euh, huisdier Stitch. Op een dag, echter, wordt Lilo ontvoerd door Kapitein Poot, een van de zeldzame nakomelingen van Kapitein Haak, die zijn voorvader wil wreken. Samen met Stitch probeert Peter Lilo te bevrijden, maar zal het hen lukken?

Wanneer ze haar ogen opendoet, verandert er niets. Het is pikkedonker en het is koud. Lilo wrijft in haar ogen en probeert zich te bedenken wat er precies gebeurd is. Ze herinnert zich dat ze net als elke avond Stitch een verhaal had verteld vlak voor het slapengaan, Nani had zoals gewoonlijk het licht uitgedaan en iedereen was gaan slapen. Vaag herinnert ze zich ook dat er plots een gedaante aan het raam stond, maar daarna kan ze zich niets meer herinneren, hoe hard ze het ook probeert.
“Hallo?”
Haar stem weerkaatst in de stilte en in de verte zijn stemmen te horen. Een streep licht zorgt ervoor dat Lilo kan zien waar ze is; een donkere, kille, vochtige ruimte, gemaakt uit hout. Wanneer ze haar adem inhoudt, kan ze het ruisen van golven horen; ze zit duidelijk op zee. Er wordt gemord aan het slot, en niet veel later gaat de deur open. Een man met evenveel tanden als ogen kijkt haar breed lachend aan.
“Onze jongedame is uitgeslapen, kapitein,” klinkt de schorre stem van de piraat voor haar.
Zelfverzekerd krabbelt Lilo recht en loopt het kamertje uit, het licht in. Ze komt terecht in wat wel lijkt op een oud bureau, van een enorm rijk iemand. Achter het bureau staat een lange man met zijn rug naar haar toe. Zijn rode kleren en grote bos zwarte, wilde haren doen haar denken aan iemand uit een ver verleden.
“Dat werd tijd,” zegt de man, en hij verplaatst zich om het bureau heen. Stap, tik, stap, tik, stap. Hij blijft stilstaan vlak voor het meisje, die haar nek helemaal moet strekken om zijn gezicht überhaupt nog te kunnen zien.
“Jij bent Kapitein Haak,” zegt ze dapper, maar onverschillig, “en ik ben allesbehalve bang van je.”
Ze slaagt koppig haar armen over elkaar heen en trekt haar wenkbrauwen op terwijl ze hem doordringend aankijkt. De man begint te lachen.
“Hoor je dat, Smalle?” grinnikt hij. “Onze gast is niet bang.” Beide piraten beginnen te lachen. “Ik vrees dat je het bij het verkeerde einde hebt, jongedame,” zegt de langste -en meest belangrijk uitziende van de twee- met een serieuze blik. “De grote Kapitein Haak is helaas niet meer bij ons,” zegt hij, en loopt nogmaals een rondje om zijn bureau. Stap, tik, stap, tik, stap. “Hij is, helaas, al een hele tijd geleden omgekomen in een tragisch ongeval, nietwaar Smalle?”
De andere piraat knikt verhoed. Met een zucht laat de Kapitein zich neerzakken op de grote fauteuil die achter het immense meubel staat en kijk Lilo indringend aan.
“Helaas ben ik niet de grote man zelve, liefje. Nee. Ik ben zijn achterachterkleinzoon, Steive Poot.”
Lilo kan een grinnik niet onderdrukken.
“Hou je mond!” roept hij woest uit. “Kinderen,” verwenst hij mompelend. Met een handgebaar stuurt hij Smalle de kajuit uit. “Zo, Lilo Pelekai, weet je waarom je hier bent?”
Lilo kijkt hem bedenkelijk aan en haalt haar schouders op.
“Ik vermoed dat het niet is omdat je mijn hulp nodig hebt om er beter uit te zien. Zelfs Elvis zou hier niet helpen.”
Poot zucht en kijkt haar met een woedende blik aan.
“Neen, dom kind. En deze outfit is precies dezelfde als die mijn voorvader Haak droeg, dus ik zou maar wat respect tonen.” Plots verschijnt er een gemene grijns op zijn gezicht. “Of zou je graag willen dat je blauwe pluisbal je hier komt vergezellen? Opgevuld?”
Lilo besluit maar meteen haar mond te houden. Ze slikt even en knikt een beetje bedeesd, maar probeert zich toch sterk te houden.
“Je laat Stitch met rust,” oppert ze nog, maar al iets stiller dan net.
“Mijn mannen zullen je teergeliefde Stitch met rust laten, als je tenminste meewerkt.”
Ze richt haar blik op de grond en knikt langzaam.
“We hebben je hierheen gehaald, omdat een bepaald persoon op dit eiland interesse toont in jou. Het lijkt alsof geschiedenis zich herhaalt, nietwaar?”
Met een niet-begrijpende blik kijkt Lilo de man aan.
“We hebben het hier over die verdomde Peter Pan!”
Het lijkt of de Kapitein elk moment zijn geduld kan verliezen, maar niet veel later gaat hij rustig verder.
“Ik, Steive Poot, zal voor eens en voor altijd mijn voorvader, de grote James Haak, wreken, opdat zijn leed niet voor niets geweest is. Zodra Peter merkt dat jij er niet meer bent om zijn geliefde verhalen te vertellen, zal hij je zoeken. En dan zullen ik en mijn mannen klaarstaan om hem hartelijk te ontvangen.” Grijnzend staat hij op en gaat weer vlak voor Lilo staan.
“Intussen houd jij je hier gedeisd. Begrepen, rotkind?”
Handelend op haar instinct, haalt Lilo met al haar kracht uit. Ze schopt Poot tegen zijn enige been, waardoor hij wankelt en ook zijn houten voet onderuitschuift. Hierop begint deze hardop te vloeken en roepen, maar Lilo luistert niet naar zijn bevelen. Zo snel ze kan, rent ze naar de deur die ze met al haar kracht opentrekt.
Erg ver brengt ze het helaas niet, want voor haar neus staan nu wel vijftien grote, dikke piraten, de ene met nog minder tanden dan de andere. Ze blijft stokstijf staan. Nu kan ze nergens meer heen.
Stap, tik, stap, tik, stap.
“Grijp haar,” schreeuwt Poot, die nu vlak achter haar staat. “En zorg ervoor dat ze ook maar nergens meer heen kan!”
Een maniakale lach ontsnapt zijn bebaarde keel en met een luide klap gooit hij de kajuitsdeur achter zich dicht.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen