Chapter 1.1 Leaving Amsterdam

16 jaar
zwart haar, helblauwe ogen, snakebite.
Verveeld sta ik op station Amsterdam Centraal op de trein te wachten. Ik rook een sigaret en doe wat ik altijd doe als ik me verveel: roken dus, en mensen kijken. Amsterdam Centraal is de perfecte plek om mensen te kijken, want je ziet er allerlei soorten mensen. Mensen met haast, mensen die in hun haast ergens over struikelen, mensen die onhandig een koffer de trap op of af proberen te zeulen, mensen met vreemde kleding of apart haar. Niet dat ik er zelf nou zo normaal uitzie: mijn haar is zwart geverfd en vandaag heb ik er blonde extentions in. Ik draag een vest met sterren erop, een zwarte skinny jeans, zwarte all stars met paarse veters, polsbandjes, veel sierraden en ik heb een snake bite. Mijn ogen zijn bewust zwart omlijnd, omdat ik de helderblauwe kleur dan mooier uit vind komen. Dit ben ik. Mijn naam is Maudy Vermeulen, en ik ga verhuizen naar Orvelte.
Terwijl ik rond kijk en nadenk over hoe vreselijk dat feit is, merk ik dat er iemand naast me komt staan. Ik kijk opzij en zie dat een jongen van mijn leeftijd is. Niet interessant, dus ik kijk weer weg. De jongen denkt daar helaas anders over, want hij blijft me recht aankijken. Ik probeer zo overdreven mogelijk te zuchten en neem nog een trekje van mijn sigaret. “Weet je dat je een scheur in je broek hebt?” zegt hij ineens, doelend op de scheur die ik zelf in mijn broek gemaakt heb om hem wat te pimpen. “Ja, dat weet ik. Verder nog op- of aanmerkingen?” snauw ik. Ik heb hier geen zin in. “Nee, eigenlijk niet.” antwoord de jongen. Hij schenkt overduidelijk geen aandacht aan de toon die mijn stem heeft. “Mooi, kijk nou maar weer de andere kant op.” zeg ik, in de hoop dat hij ophoudt zich met mij te bemoeien. Ik draai me om, maar de jongen komt voor me staan. “Ga weg, je blokkeert mijn uitzicht.” snauw ik en ik draai me weer om. De jongen gaat weer voor me staan. “Ben ik geen fijn uitzicht dan?” vraagt hij met een uitdagende glimlach. “Nee, anders had ik niet gezegd dat je weg moest gaan.” zeg ik nukkig. “Jammer joh, maar ik neem geen opdrachten aan van meisjes.” zegt hij spottend. Nu kan hij hem krijgen ook. “Het was geen opdracht, maar een bevel.” sneer ik. De jongen doet zijn mond open om wat te zeggen, maar gelukkig komt de trein waar ik op sta te wachten het spoor oprijden. Ik hijs mijn tas over mijn schouder, trap mijn sigaret uit en stap langs de jongen de trein in. Ik loop een heel eind door, tot ik zeker weet dat hij me niet achterna loopt. Ik plof mijn tas neer op een bankje en ga op de plek ernaast zitten. Ik haal mijn iPod uit mijn jaszak, zet mijn koptelefoon op en staar uit het raam. Na een paar minuten begint de trein te rijden. Als de trein langzaam Amsterdam achter zich laat, neem ik stilzwijgend afscheid: ‘Vaarwel Amsterdam.’ Ik zucht en doe mijn ogen dicht.
Reageer (5)
leuk!
1 decennium geledenwel even, (dit is om je te helpen):
je begin is is tegenwoordige tijd (nu)
en na even is het verleden tijd (vroeger)
let daarop en het is perfect!
x
Ik hou van je schrijfstijl(:
1 decennium geledenIk ga dit verhaal zeker volgen(:
wow mooi geschreven !
1 decennium geledenzie het helemaal voor me
verderrr
Heel leuk, jammer dat er nog maar 1 deel is.
1 decennium geledenSnel verder dus?
Liefs.
Leuk! Verderrr
1 decennium geleden