2.1 they call it friendship
Het grote nadeel aan vierdejaars zijn was dat we al les kregen. Het derde uur hadden we geschiedenis. De leerkracht bleef heel lang zeuren over regels en afspraken en hoe lui de jeugd van tegenwoordig was, maar dat je bij hem niet af moest komen met ‘ik ben mijn huiswerk vergeten’, dan kreeg je gewoon een nul. Ik had mijn huiswerk altijd op tijd af, dus ik was een van de weinigen die niet paniekerig reageerden op die aankondiging. ‘O help, ik ben echt zo slordig, ik raak de helft van mijn taken gewoon kwijt’, kreunde Justin. Om de een of andere reden moest ik daar heel erg mee lachen. De leerkracht keek me verstoord aan. ‘Wat is er zo grappig, juffrouw Bluebird?’ vroeg hij, met een gemene nadruk op mijn naam. ‘Justin, meneer’, zei ik verlegen. Opeens schoot iedereen in de lach. Zelfs de leerkracht glimlachte flauw. Oké, dat was de eerste keer dat iemand met me lachte. En zo grappig vond ik het zelf nu ook weer niet. Het vierde uur hadden we wiskunde. De leerkracht hield het kort en gaf ons wat bladen met herhalingsoefeningen. Ze waarschuwde ons dat we niet samen mochten werken, en dat ze er punten op zou zetten. Ik begon zonder problemen aan de oefeningen. Naast me hoorde ik Justin zuchten. Toen ik het eerste blad af had begon dat wat op mijn zenuwen te werken. Ik keek naar zijn blad, hij had nog maar twee oefeningen af – en ik was er vrij zeker van dat ze fout waren. Ik voelde de drang om hem te helpen. Subtiel legde ik mijn blad met oplossingen tussen ons in. Hij keek me dankbaar aan en begon ze over te schrijven. Ik kreeg alle bladen af, Justin slaagde er net niet meer in om de laatste drie oefeningen over te schrijven voor we moesten afgeven. De leerkracht haalde de papieren op. Ze keek me goedkeurend aan en knikte tevreden naar Justin. Zodra ze weg was haalde hij opgelucht adem en glimlachte breed naar me. ‘Dankje, ik zag me al met die nul thuiskomen.’ Hij keek me aan alsof ik hem van de doodstraf had gered. De bel voor de middagpauze ging. Ik stond recht en wou vertrekken, maar Justin pakte mijn arm vast. ‘He, wacht even. Je zit altijd maar alleen, kom je bij mij en mijn vrienden zitten?’ Ik beet twijfelend op mijn lip. Waarom ook niet, ik kon gewoon bij hen gaan zitten. Dat betekende niet dat ik met hen moest praten. ‘Oké’, antwoordde ik. Hij glimlachte breed. Hij was echt heel heel erg schattig.
Will light up when you smile
but she'll never notice how you stop and stare
whenever she walks by
Reageer (8)
LEUUKKK x3
1 decennium geledendit is al de 3e keer ofzo dat ik heel dit verhaal leest
1 decennium geledendit is het beste verhaal dat tot nu is gemaakt =]
verderr
verderr;D
1 decennium geledensnel verdeeeeeeer x
1 decennium geledenverdeerr!!!XXx
1 decennium geleden