Foto bij 3.4 - s' Nachts

Boos smeet ik het boek tegen een muur. Het kon me nu niet echt meer schelen wie het horde.
Ik voelde dat Jasper me wilde kalmeren.
‘Hou op’, schreeuwde ik door het huis. Meteen verliet het kalme gevoel me en werd ik weer kwaad. Ik liet me langs de muur zaken. Mijn handen waren tot vuisten gebald en ik ademde zwaar door mijn mond. Ik moest mijn woede onder controle zien te krijgen.
Ik sloot mijn ogen en ik dacht aan haar. Langzaam ebde mijn woede weg. Ik kon haar geur nog steeds om me heen ruiken, ook al was het niet zo sterk meer.
De deur ging open en ik hoorde Carlisle de kamer binnenkomen. Hij ging aan de andere kant zitten. Ik wist dat hij wachtte totdat ik mijn ogen open zou doen, maar dat deed ik nog niet. Ik was er nog niet klaar voor.
Toen ik mijn ogen opendeed keek Carlisle me met een glimlach aan. ‘Wat is er aan de hand?’ vroeg hij op een vaderlijk toontje. Onwillekeurig moest ik glimlachen, dit was typisch Carlisle. Ik had nooit gedacht dat ik me ooit zo op mijn gevoel zou voelen bij hem, maar dat deed ik toch. Hij was nu mijn vader en ik hoorde bij hem.
‘Er is niks’, fluisterde ik.
Carlisle keek me met opgetrokken wenkbrauwen aan. ‘Daarom ligt dat boek tegen de muur aan’, zei hij en hij wees naar het boek. Ik keek ernaar een glimlachte. Twilight, ik haatte het boek. Een verhaal over mij en Isabella. Zij zal er vast niks over weten, maar toch. Het was geromantiseerd geschreven, alsof ik ooit echt verliefd was op haar. Nooit echt, ik dacht van wel, maar ik wist beter. Ik wilde haar alleen maar beschermen omdat volgens mij moest. Zo voelde ik het.
‘Ik haat het gewoon’, fluisterde ik.
‘Waarom nu weer, je hebt er al meer dan een jaar niks meer over gezegd’, zei Carlisle.
‘Ik heb het weer gehoord’, fluisterde ik en ik voelde de woede weer in me komen. Ik sloot mijn ogen en ik dacht weer aan haar. Aan hoe ze sliep, haar gezicht ontspannen en haar goudblonde haren.
‘Waar ben je vanacht geweest?’ vroeg Carlisle
‘Nergens’, zei ik zonder mijn ogen open te doen.
‘Je glimlacht’, zei Carlisle.
Ik deed mijn ogen open en toen pas merkte ik dat ik echt glimlachte. Wat raar? ‘Ik heb gewoon de buurt verkend’, zei ik maar.
‘Weet wie je bent en wie je niet wilt zijn’, zei Carlisle vaderlijk. Nu begon ik me aan hem te ergeren. Hij dacht toch niet dat ik haar pijn zou doen of iemand anders. Dat wilde en kon ik niet. Ik wilde niet alles nu verpesten voor mijn familie. Zij waren dat waar ik op moest steunen en die ik het meest lief had.
‘Ik denk dat ik even weg moet’, fluisterde ik. Geschrokken keek Carlisle me aan, maar toen glimlachte hij. Hij ging naast me zitten en we keken allebei voor ons uit. Allemaal mogelijkheden waar ik heen kon gingen door zijn hoofd. Ik glimlachte, we wisten precies hoe we elkaar konden helpen.
Uiteindelijk stelde hij de vraag die ik had verwacht. ‘Waarom wil je weg?’
‘Ik ben bang’, fluisterde ik en ik wist dat ik me daarmee erg bloot stelde. ‘Ik ben bang dat ik haar pijn doe of dat ik te veel naar haar bloed ga verlangen. Ik wil geen monster zijn, Carlisle, dat wil ik niet.’
‘Je bent geen monster’, zei Carlisle. ‘Je bent wie je bent, mijn zoon. Loop niet weg voor wat je bent, maar laat het je ook niet overheersen.’
‘Hoemoet ik dat doen’, zei ik hopeloos.
‘Daar moet je zelf achter komen’, fluisterde Carlisle en hij stond op. Hij verliet de kamer en waarschijnlijk zou hij met Esme praten over mijn vertrek. Ze zou het niet leuk vinden en ik wilde haar geen pijn doen. Maar als ze wilde dat ik gelukkig ben dan moest ze me laten. En dat zou ze ook doen, uiteindelijk. Meestal pas als ik terug was. Esme is een schat en ik hou ziels veel van haar, maar soms is het zelfs mij te veel.

Reageer (2)

  • JckSparrow

    Verder!!!

    1 decennium geleden
  • Matix

    Verder!!!

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen