021

Kira pov:
Jij: “Ehm dankje, wil je nog even binnen komen.” Jacob knikte en zette zijn motor uit. Je wou de deur open doen maar toen deed Bella de deur al open en liep op je af. Bella: “Doe me dat nooit meer aan! Ik schrok me dood!” Je voelde je in elkaar krimpen en Bella keek je bezorgd aan. Bella: “Kira?” Je knikte. Bella: “Gaat het wel?” Je knikte weer en ging toen naar binnen. Je zag Edward boven aan de trap staan en schrok.
Bella pov:
Wat was er toch aan de hand met haar? Normaal had ze altijd zo’n grote mond als je zoiets tegen haar zei maar nu? Ze kromp gewoon in elkaar en dan schrok ze nog eens van Edward ook. Je keek Jacob boos aan. Jij: “Wat heb je gedaan?” Jacob: “Wat? Ik heb niets gedaan!” Jij: “Waarom doet Kira dan zo raar?” Jacob: “Ik vond haar zo in het bos, ik heb haar echt niet aangeraakt!” Jij: “Maar je weet meer.” Jacob: “Ze vertelde dat ze in het bos een vrouw met rood haar en rode ogen had gezien.” Je voelde je bleek worden en wist dat Edward net hetzelfde dacht. Daarna ging Jacob naar binnen en deed je de deur dicht. Voor deze ene keer maakte Edward zelfs geen opmerkingen over Jacob. Je ging de woonkamer naar binnen en zag daar Kira en Jacob op de bank zitten. Hij had Kira in zijn armen wat er best schattig uitzag. Je ging terug naar de gang toe waar Edward nog stond en ging samen met hem naar boven toe.
Kira pov:
Je zat al een tijdje in de zetel. Je hoorde Bella en Jacob met elkaar praten maar je kon je aandacht er niet bij houden. Je gedachten gingen telkens terug naar die vrouw in het bos. Die rode ogen, ze waren zo eng. Je dacht echt dat ze je ging vermoorden maar toen was ze weg en dan nog wat ze zei. Wraak. Wraak waarvoor? Je voelde je trillen en toen pas had je door dat er armen rond je lagen. Je keek verbaast opzij en zag Jacob je bezorgd aankijken. Jacob: “Het gaat niet goed met je.” Je keek hem verbaast aan. Jacob: “Volgens Bella doe je raar.” Je haalde je schouders op. Alsof zij niet raar was. Jacob: “Iets maakt je van streek, ik kan het zien.” Je haalde weer je schouders op en Jacob liet je los. Hij keek je diep in jou ogen aan en even leek het of je niet meer kon ademhalen. Jacob: “Het is die vrouw.” Je keek naar je handen en voelde hoe Jacob je kin optilde. Jacob: “Heeft ze iets gezegd?” Jij: “Ja.” Het was slechts een fluistering maar toch had Jacob het gehoord.
Reageer (2)
verder snel please
1 decennium geledenVerder gaan
1 decennium geleden