20. Nothing can hold me back from you
‘Danke schön!’ Irenka zwaaide nog even naar Walter, de vrachtwagenchauffeur, en sprong toen uit de cabine. Ze zette voet op Duits grondgebied. Ze zette voet in Berlijn!
Haar wantrouwen tegenover de chauffeur was onnodig gebleken; hij was ontzettend aardig geweest, had echt alleen maar een beetje willen praten. En in ruil voor een simpele knuffel had hij haar wat kleingeld meegegeven. Vijf euro in kleine muntjes – beter dan niets. Irenka had hem graag op haar blote knietjes bedankt, maar hij moest helaas snel door.
Goed. Nu was ze in Berlijn. En nu? Ze wist niet eens of Tokio Hotel überhaupt wel in de stad verbleef. En ze wist ook niet of ze hen zou kunnen bereiken als ze er wel waren. Shit. Daar had ze nog niet eens aan gedacht. Het was ook zo snel gegaan.
Denk, Irenka, denk! sprak ze zichzelf toe. Er móet een oplossing zijn! Ze pijnigde haar hersens in de hoop iets nuttigs te ontdekken. Had Bill niet iets verteld?
Ja! Plotseling zag ze hem weer voor zich, hoe hij weemoedig voor zich uitstaarde en haar vertelde over zijn jeugd in het dorpje Loitsche, bij Magdeburg. Loitsche bij Magdeburg, waar zijn ouders nog steeds woonden.
Dat was de oplossing.
Vier uur en drie auto’s later had Irenka Magdeburg bereikt. Het was intussen midden in de nacht en ze was doodmoe, maar ze móést door. Ze kon pas rusten als ze haar doel had bereikt.
Het geluk stond werkelijk aan haar kant die nacht. Afgemat slofte ze door de straten van Magdeburg, op zoek naar iemand die haar de weg naar Loitsche kon wijzen, en knalde haast tegen een bushokje op. Ze wreef in haar ogen en spotte op hetzelfde moment het woord Loitsche. Deze bus ging naar Loitsche.
Irenka voelde naar de vijf euro in haar broekzak. Zou dat genoeg zijn? Ze wist het niet, kon alleen maar hopen. Desnoods ging ze lopen.
Gapend keek ze op het rooster van de diensttijden. De bus zou pas over twee uur komen. Het bankje zag er plotseling heel aantrekkelijk uit. Eventjes gaan liggen kon geen kwaad...
Hard getoeter deed Irenka opschrikken uit haar slaap. Ze schoot overeind en wreef weer in haar ogen. Waar was ze in godsnaam beland? Het duurde even voor ze zich de reis herinnerde, de reis naar Duitsland, en het duurde nog langer voor ze besefte dat de bus voor haar neus stond.
Snel sprong Irenka overeind en voelde naar het geld. Dat was er nog, gelukkig. Ze stapte in en keek de buschauffeur timide aan. ‘Uhm... Ik moet naar Loitsche... Hoeveel kost dat?’
Op een oude man achterin na, was zij nu de enige passagier in de bus. De chauffeur keek haar dan ook ietwat geërgerd aan. ‘Naar Loitsche? Zeven vijfentwintig.’
‘Shit,’ zuchtte ze hardop en telde de munten uit in haar hand. ‘Tot hoever kom ik hiermee?’
De man schudde zijn hoofd. ‘Wil je soms gaan lopen? Dit brengt je tot vijf kilometer d’r buiten, meid.’
‘Ik loop wel,’ zei ze dapper en vroeg zich stilletjes af of ze dat wel zou halen. Toch pakte ze het kaartje aan, schoof de chauffeur het geld toe en zocht een plaatsje in de bus. Haar handen trilden. Loitsche! Ze was er bijna. Zouden de jongens er überhaupt wel zijn? Zouden ze haar binnenlaten? Nerveus liet ze een hand door haar haren glijden. Niet aan denken... Nu stond het geluk nog aan haar kant. Ze mocht niet opgeven!
En ze viel weer in slaap.
Jammer genoeg was de buschauffeur niet van plan genadig te zijn. Hij wekte haar voor de tweede keer die dag met zijn claxon, nu om te melden dat ze aan haar wandeling mocht beginnen. Zuchtend sleepte Irenka zichzelf de bus uit; die reed meteen weg en verdween uit het zicht.
Irenka begon te lopen. Voetje voor voetje strompelde ze voort langs de autoweg, doodmoe maar vastbesloten. Elke keer dat ze struikelde, krabbelde ze weer overeind. Elke keer dat ze in paniek raakte, slikte ze het weg. Elke keer dat ze op het punt stond op te geven en in te storten, klemde ze haar kaken op elkaar en dwong zichzelf verder te gaan. Slechts de gedachte aan Bill hield haar op de been.
En toen verscheen daar eindelijk het dorp voor ogen.
Irenka’s hoop herleefde bij de aanblik van de huizen, van het trotse bordje “Loitsche” langs de kant van de weg. Ze had het gehaald!
Nog maar een paar meter. Ze had geen idee waar Bills ouders woonden, maar ze zou het wel vinden. Het was ondertussen alweer licht, en ze kon lezen. Naambordjes waren sowieso nooit erg ingewikkeld.
Het was hoop en hoop alleen, waar Irenka’s laatste stappen hun energie vandaan haalden. Ze zag nauwelijks meer waar ze liep; Bills gezicht zweefde voor haar ogen, op de achtergrond schemerde het dorp.
Ze kon niet meer. Haar krachten waren nu echt uitgeput. Ze móest stilhouden. Ze móest...
Langzaam zakte Irenka op de grond. Haar ogen vielen al dicht vóór ze goed en wel op de stoep zat. Riep iemand daar nu haar naam? Of was dat haar verbeelding? Ze was ook zo moe... Zo moe...
Irenka werd wakker en knipperde verbijsterd met haar ogen. Ze lag in bed, met een plafond boven haar hoofd en een veel te groot T-shirt aan. Ze voelde zich goed uitgerust, maar wel nogal gedesoriënteerd. Het laatste wat ze zich herinnerde, was het bordje “Loitsche”. Waar was ze?
Ze ging overeind zitten en keek om zich heen. Een typische logeerkamer, standaard gemeubileerd maar nogal kaal. Geen aanwijzingen. Aarzelend liet ze zich uit bed glijden en trippelde op blote voeten naar de deur. Met haar hand op de klink aarzelde ze even. Zou ze...? Toen haalde ze diep adem en stapte de gang op.
Irenka stond op een overloop, een hele gewone overloop met deuren aan één kant. Nog altijd geen aanwijzingen, de deuren waren dicht en behangen met posters, maar niet met naambordjes.
Beneden sloeg een deur. Irenka schrok zich dood en liet de deur van de logeerkamer net iets te vlug los; harder dan de bedoeling was knalde hij terug in het frame. Ze beet op haar lip. Subtiele oeps?
‘Irenka!’
Nu maakte ze een luchtsprong van schrik. Haar naam? Hoe... Wie... Waar wás ze? Trillend draaide Irenka zich om, op alles voorbereid.
Maar niet op dat.
Haar mond viel open, ze kon haar ogen niet geloven. Dit was niet waar. Dit was echt, helemaal, totaal niet waar. ‘BILL?’
‘Irenka!’ lachte hij van onderaan de trap. Ja, het was hem echt. Het was Bill! Bill, Bill, Bill...
Irenka kon zich niet inhouden. Ze holde de trap af en vloog hem dolgelukkig om de hals. Hij rook lekker, merkte ze, toen ze haar gezicht in zijn hals verborg. Het was hem echt. Ze was bij Bill! Het geluk stond nu eindelijk echt aan haar kant.
‘Mijn God, Irenka!’ fluisterde hij en drukte haar stevig tegen zich aan. ‘Ik was zó verbijsterd toen ik je gisteren zag lopen... Of nou ja, struikelen meer. Hoe kom je in godsnaam hier?’
‘Liftend,’ zei ze, half lachend en half huilend van geluk. ‘En met de bus, en lopend...’
Bill duwde haar van zich af om haar te kunnen bekijken en lachte breed. ‘Ik ben zo blij dat je er bent!’
‘Ik ook,’ verzuchtte ze. ‘Ik ook...’
Op dat moment ging een deur in de gang open en een meisje met woeste blonde krullen stormde op hen af. ‘Irenka!’
‘Wanda?!’
Uitgelaten vielen de zussen elkaar in de armen. Ze hadden zo lang op dit weerzien gewacht. Het was ongelooflijk om elkaar eindelijk weer te kunnen knuffelen.
Tom kwam nu ook de gang op en bleef naast Bill staan, allebei breed grijnzend. Nu was het clubje compleet: Irenka was er ook! Irenka, Wanda, Tom, Bill – ze hoorden nu bij elkaar, zoveel was zeker. En Georg en Gustav mochten ook meedoen.
‘Ik moet je zoveel vertellen!’ fluisterde Wanda in Irenka’s oor. ‘Maar daar hebben we nu zeeën van tijd voor!’
Ze glunderden allebei, nauwelijks in staat hun geluk te geloven. Toen kwam de tweeling op hen af en Tom legde zijn armen om Wanda heen, trok haar bij Irenka weg. Ze kuste zijn wang, lachend, gelukkig. Irenka zette grote ogen op: ‘Zijn jullie...?’
Stralende ogen zeiden genoeg. Ongelovig draaide Irenka zich naar Bill, alsof ze een bevestiging wilde vragen. Hij haalde lachend zijn schouders op. Irenka’s ogen gleden weer naar Tom en Wanda, die elkaar nu serieus kusten, en vervolgens terug naar Bill. Hoe graag zou zij nu...
Hij bloosde een beetje. Irenka deed een verlegen stap naar hem toe. Even stonden ze timide over elkaar. Was zijn blik nu... Dat was... Droomde ze?
Toen boog Bill zich naar voren en drukte zachtjes zijn lippen op de hare.
EINDE
Reageer (2)
sehr shön

1 decennium geledenzeer mooi!!
1 decennium geledenje kan echt mooi schrijven!
xx