Langzaam werd Bill wakker. Het voelde als een déjà vu: van kruin tot tenen brandde zijn lichaam van pijn. Dit had hij eerder meegemaakt. Wat was er ditmaal gebeurd?
Hij duwde zichzelf omhoog en greep naar zijn hoofd. Niet weer overgeven...
‘Oh...’ Irenka’s stem bereikte hem door de mist in zijn hoofd. Ze knielde naast hem neer en legde een hand op zijn wang. ‘Gaat het?’
Bill durfde zijn mond niet open te doen, uit angst haar onder te kotsen. In plaats daarvan groep hij in zijn geheugen naar de reden voor zijn pijn.
De eerste naam de naar boven kwam drijven was – natuurlijk – Alexej. De Rus was klaarblijkelijk vastbesloten Bills leven te verpesten, ondanks het feit dat hij de jongen helemaal niet kende. Maar waarom...
Het kwartje viel. Met een doffe dreun plofte het op de bodem van Bills brein.
‘Shit!’ flapte hij eruit.
Ze waren er achter gekomen wat hij was.
Tot voor kort had niemand (buiten Irenka) geweten wie Bill was. Ja, een jongen met een enigszins eigenaardig uiterlijk, van Duitse afkomst – maar meer niet, niets over Tokio Hotel of beroemdheid. Bill had dat ook graag zo gehouden, want hij had zo’n vaag vermoeden dat ze wel eens extra vervelend konden worden als ze het wel wisten. Helaas voor hem had Alexej de radio aangezet op het moment dat het nieuws begon. En het hoofdonderwerp was “de ontvoering van Duitse popster Bill Kaulitz”.
Om een lang verhaal kort te maken, de triomf in Alexejs ogen zou Bill niet gauw vergeten, evenals het pistool dat tegen zijn slaap was gedrukt. Vervolgens een welgemikte schop in zijn maag en hij was alweer knock-out gegaan.
Misschien had Alexej wel gelijk, dacht Bill moedeloos en vouwde zijn armen om zijn opgetrokken benen. Ik bén zwak. Scheiße.
Irenka zat nog altijd naast hem, nu met haar handen in haar schoot. Ze droeg jeans en een sweater in plaats van de Poolse volkskledij, haar lange zwarte haren hingen los om haar heen. Met een frons monsterde ze zijn verschijning.
‘Misselijk? Hoofdpijn? Honger?’
‘Ja, ja... Nee.’
‘Je moet iets eten,’ zei Irenka met een zucht. ‘Waarom vraag ik het ook, je moet gewoon.’
‘En vervolgens overgeven!’ wierp Bill tegen. Hij vocht tegen de verleiding om weer opzij te zakken en flauw te vallen. Hij wilde niet zwak zijn!
Irenka keek hem streng aan. ‘Ik ga niet in discussie. Je hebt voedsel nodig, straks word je nog ziek.’
Ze stond op vóór hij iets terug kon zeggen en liep naar het midden van de ruimte, waar een pan op een petroleumstel stond te pruttelen. Deze schuilplaats was het minst comfortabel van allemaal; het was één grote zaal, of eigenlijk een loods, met alleen een lage scheidingswand in het midden. Aan de ene kant van die wand zaten de Poolse “medepassagiers”, bewaakt door de man met de gouden tand die Bill Baardmans had gedoopt. Aan de andere kant verbleven Alexej, Kerkhoftrui, Irenka en Bill zelf.
Hij had ondertussen door hoe het hier in elkaar zat. Kerkhoftrui was de leider, Baardmans zijn broer. Alexej luisterde eigenlijk alleen naar Kerkhoftrui, Irenka luisterde naar beiden maar niet naar Alexej. Bill en de Polen luisterden naar iedereen, in de hoop te blijven leven.
Irenka kwam terug met een kom dunne pap. De voedselvoorzieningen waren schaars, er waren geen dorpen of boerderijen in de buurt om eten te halen. De pap begon Bill behoorlijk de keel uit te hangen, maar hij kon moeilijk klagen. Bovendien hield hij het twee van de drie keer niet eens binnen.
‘Eet,’ commandeerde Irenka en schoof de kom in zijn handen. Ze wilde alweer weglopen, maar Bill duwde met zijn blote linkervoet tegen haar enkel.
‘Blijf?’ Het was een vraag en een commando ineen. Aarzelend zocht hij haar blik en zag haar twijfelen. Irenka probeerde al een tijdje om hem zoveel als fatsoenlijk was te ontwijken. Waarom wist hij niet, maar hij deed er alles aan om haar bij zich te houden. Ze was de enige die een beetje in de buurt kwam van een bondgenoot.
Ze zuchtte en liet zich op de grond zakken, zo ver mogelijk van hem vandaan als nog aardig was. Bill lepelde zwijgend de dunne pap naar binnen, probeerde de flauwe smaak te negeren en tegelijkertijd de pap langs het brok in zijn keel te persen. Brok van angst en onzekerheid, van heimwee naar Tom en de G’s, van lichte wanhoop. Het was haast een wonder dat hij überhaupt nog iets kon eten.
Irenka wierp van opzij een vlugge blik op zijn gezicht. Even boorden zijn ogen zich in de hare; het volgende moment keek zij alweer weg. Onrust kroop langzaam in Bills luchtwegen omhoog. Waarom ontweek ze hem?
Aarzelend schoof hij wat dichter naar haar toe en wilde haar arm aanraken, bedacht zich toen toch en legde zijn hand tussen hen in.
‘Wat is er?’ prevelde hij zachtjes, kon niet verhinderen dat zijn stem een tikkeltje gekwetst klonk. Eerst was ze zo aardig, nu negeerde ze hem gewoon! Hij begreep het niet.
‘Niks,’ antwoordde ze ontwijkend, zonder hem aan te kijken. ‘Ben je klaar?’
‘Nee.’
Ze keken elkaar weer even aan, Bill fronsend en Irenka aarzelend. Toen verbrak ze het oogcontact, sprong overeind en ging zijn kom wegzetten. Ze kwam niet meer terug.
Bill staarde naar haar smalle gestalte tussen Alexej en Kerkhoftrui in en voelde het brok in zijn keel groeien. Nu was hij Irenka ook nog eens kwijt. Geweldig. Hoe ging hij dit ooit overleven?
Zijn blik dwaalde af naar zijn blote voeten. Schrammen, stof en knalpaars gelakte teennagels. Tom en hij in een melige bui op de tourbus. Toms nagels waren, als hij ondertussen de nagellakremover nog niet had gevonden, feloranje.
Bill glimlachte bij de herinnering, maar dat duurde niet lang. Het schrijnende besef dat hij Tom misschien nooit meer zou zien, sloeg alle lucht uit zijn longen. Nooit meer. Hij had nooit echt nagedacht over doodgaan; hij wist alleen dat hij altijd min of meer gepland had tachtig te worden en samen met Tom te sterven. Die toekomst leek nu mijlenver weg.
Hij rolde zich op tot een bolletje, verstopte zijn gezicht achter zijn haren en liet zijn tranen de vrije loop. Geluidloos sijpelde druppel na druppel over zijn wangen. Dan maar zwak – hij kon gewoon niet meer. Hij wilde naar huis. En hij wilde honderd worden.
Natuurlijk moest Alexej hem zelfs in zijn verdriet storen. ‘Oi, songbird!’ riep hij vanaf het midden van de ruimte. “Zangvogel”, Bills nieuwe bijnaam. ‘Feeling down?’
Leedvermaak vulde zijn stem tot in alle hoeken. Bill beet op zijn tongpiercing om een snauwend antwoord binnen te houden. Niet reageren, dan houden ze vanzelf wel op... de raad die zijn moeder gaf toen de pestkoppen op de middelbare zijn leven zuur maakten.
Zijn moeder.
Nieuwe tranen volgden de oude op. Hoe lang geleden was het dat hij haar voor het laatst had gezien? Heel lang. Té lang.
Gelovig was Bill nooit geweest, maar nu richtte hij zich toch tot de hemel. Alsjeblieft, God, als je bestaat, haal me hieruit...

Reageer (1)

  • Reticent

    Wauw, super <3
    Ik heb het verhaal stiekem ook al voor een deel op FanFiction gelezen, maar was te lui om daar een account te maken...
    Ga je snel weer verder? [á]

    x.

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen