Together Alone

Ik ben bang.
Waarom die ellende laten aanhouden?
Het spijt me zo, mam, pap en jullie allemaal.
Laat me je helpen.
Het betekent niks meer voor mij.
Lauren is hier voor me.
Ik wil geen medelijden of zwak afscheid.
Vertrouw me…
CJD.
Een ziekte.
Waarschijnlijk zou niemand weten wat het betekend, misschien een enkeling.
De Ziekte van Creutzfeldt-Jakob is de volledige naam.
Een ongeneselijke hersenziekte.
Zo zeldzaam, één op de één miljoen mensen wordt het slachtoffer en Aimee was de uitverkorene.
Achttien jaar, de hele wereld lag aan haar voeten.
Een hele toekomst wachtte op haar…
Maar nu was haar toekomst slecht vijf maanden.
Vijf maanden waar ze nog kon beslissen wat ze wilde in haar korte leven.
Vijf maanden, 153 dagen, 3672 uur, 220320 minuten, 13219200 seconden.
...
‘Lauren, ik ben bang.’ klinkt de stem van Aimee. De angst is in haar stem te horen.
Ik weet al genoeg, dit gaat niet goed. Haar laatste 24 uur zijn aangebroken.
‘Waar ben je?’ vraag ik haastig, voordat de verbinding dadelijk verbroken word.
‘Ik weet het niet.’ piept Aimee zachtjes.
‘Wat zie je allemaal?’ stel ik de vraag anders. Dit is één van de kenmerken van CJD; dementie.
‘Mensen… veel mensen.’ Verder komt ze niet. In de verte hoor ik een soort regelmatig gedender steeds dichter bij komen, via de telefoon.
Wat is dat geluid? Kort, regelmatig gedender… een trein! Ze is op het station.
‘Blijf waar je bent!’ roep ik door de telefoon. Ook al betwijfel ik of dat geschreeuw enkele meerwaarde heeft op Aimee, toch doe ik het.
Automatisch gooi ik de telefoon in de lader en ren de trap op, naar mijn vaders werkkamer. Zachtjes klop ik op de donker eikendeur. Geen geluid. Voorzichtig druk ik de deurklink naar beneden en kijk om de hoek. Wanneer mijn vermoeden wordt bevestigd, snel ik de kamer binnen en begin in mijn vaders aktetas te zoeken.
Zonder besef van wat er in de omgeving gebeurd, zoek ik naar dat ene flesje. Het moet hier in zitten. Als ik de flap naar achteren sla, zie ik wat ik moet hebben. Een glazen flesje met transparante vloeistof hou ik voor me.
‘Aimee!!!’ schreeuw ik over het hele perron, wanneer ik Aimee verderop in elkaar gedoken op een rood bankje zie zitten.
Met beiden handen pak ik haar gezicht vast, terwijl ik haar dwing mij aan te kijken, wat niet lukt, doordat ze haar ogen richt op de grond.
‘Aimee, kijk me aan. Ik ben bij je. Je hoeft nergens bang voor te zijn. We vechten samen, winnen samen en verliezen samen. Je staat niet alleen!’
Voor het eerst deze avond kijkt Aimee me recht met haar blauwe ogen aan.
‘Ik wil geen afscheid nemen, ik wil bij jou blijven.’ snikt ze en legt haar hoofd op mijn schouder.
‘Wij nemen nooit afscheid, want wij zullen altijd samen zijn. Als jij gaat, ga ik met je mee. Je hoeft niet bang te zijn, want ik zal altijd bij je zijn.’
Met veel lawaai komt er een trein voorbij geraasd en samen kijken we naar de gele streep die in een paar seconden weer uit ons gezichtsbeeld verdwenen is.
‘Waar wil je heen?’ vraag ik, wanneer ik merk dat Aimee de trein achterna kijkt, terwijl hij in een stipje in de verte veranderd.
‘Naar onze boomhut.’
Even grijns ik kort, want het klinkt wel een beetje kinderachtig, maar als Aimee dit wil, dan doen we dat.
Geruisloos klim ik na Aimee onze oude, wat vervallen, maar vertrouwde boomhut in, waar we als twee kleine meiden van zes jaar dagelijks inklommen. En zie ons nu; achttien jaar en op het randje van de afgrond. De afgrond die onze vriendschap zal scheiden, maar wat ik niet zal laten gebeuren. Geen afscheid, geen pijn, alleen Aimee en ik. Vriendinnen voor het leven.
Ik zie hoe Aimee meer in elkaar kruipt en haar armen om haar lichaam slaat. Zonder iets te zeggen, trek ik mijn jas uit en sla die om Aimee’s schouders heen. Een kleine glimlach verschijnt op haar gezicht.
Dan vertrekt haar gezicht, haar pupillen worden steeds groter en ze begint kortademig te worden.
‘Lauren, help me! Ga weg! Blijf van mij af!’ gilt Aimee hysterisch en slaat in het wilde rond. Vlug probeer ik haar polsen vast te pakken en haar te kalmeren, al gaat dat moeilijk in de kleine ruimte, waar ik niet eens rechtop kan staan.
‘Aimee, luister naar me: ik ben bij je en ik laat je nooit alleen.’ Ik pak haar gezicht met twee handen vast en dwing haar mij aan te kijken, ook al bewegen haar pupillen ongeconcentreerd iedere richting op.
‘Lauren, ik wil niet dood. Ik wil geen pijn. Ik wil niet jou zonder jou weggaan.’
Een ophoping van traanvocht ontstaat er in haar ooghoek en glijdt als een traan over haar wang, naar haar kin. Met mijn vingertop veeg ik hem weg en sla mij armen vervolgens om haar heen.
‘Als je pijn hebt, moet je het zeggen; dan help ik je de pijn verzachten en als je gaat, ga ik met je mee.’
‘Hoe wil je met me meegaan?’
Ik grijp in mijn jaszak naar het flesje en hou het voor Aimee’s gezicht.
‘Dit verzacht je pijn en als je gaat, zal ik altijd bij je zijn, in je gedachten, in je hart en in de lucht. Waar jij bent, zal ik aan je zijde zijn. Niets of niemand kan onze vriendschap scheiden.’
‘Hoe lang hebben we nog?’
Ik stroop de mouw van mijn vest een stukje omhoog en kijk op mijn horloge. Het is 23.12 uur. Aan de symptomen die Aimee vertoont; waanideeën, aantasting op het scherpzinnigheid en geheugenverlies, weet ik dat het nog maar een paar uur duurt.
‘Ga maar liggen, dat helpt wel wat.’
Gehoorzaam gaat Aimee languit liggen op de oude matras en ik ga op mijn knieën op de grond zitten, zodat Aimee op de matras kan liggen. Dan begint Aimee te zoeken naar iets in haar broekzak. Vragend kijk ik haar aan, maar voor mij word het al duidelijk wanneer ze haar mobiele telefoon aan mij overhandigt.
‘Wil je even filmen, zodat ik nog iets kan zeggen tegen mijn ouders.’ Aimee gaat wat rechter zitten. Ik knik geruisloos en start de camera op haar mobiele telefoon.
‘Mam, pap, ik wil dit leven niet meer. Waarom die ellende laten aanhouden? Wat is mijn leven nu nog waard? Ik heb jullie nog en natuurlijk Lauren. Ik ben bang, bang om te weten hoe het is om echt helemaal gek te worden, om die pijn te voelen, die ik jullie en Lauren niet wil aandoen. Mijn leven, het betekent niks meer voor mij. Ik wil geen medelijden of zwak afscheid. Ik wil dat jullie weten, maar dat weten jullie al heel lang, dat ik met heel mijn hart van jullie hou, jullie hebben mij altijd gesteund. Voor alles wat jullie voor mij hebben gedaan, ben ik jullie dankbaar. Ik kan het niet in woorden beschrijven. Lauren is hier voor me, dit is wat ik wil. Ik wil nu alleen zijn met Lauren, geen afscheid nemen, maar samen gaan we verder. Niets en niemand kan ons scheiden. Het spijt me zo, mam, pap en jullie allemaal, maar dit is mijn beslissing en ik hoop dat jullie die respecteren. Ik hou van jullie.’
Aimee geeft een klein knikje, als teken dat ik mag stoppen met filmen.
‘Stuur het nu naar mijn vaders nummer.’
Weer knik ik en verstuur de video naar Aimee’s vader.
Wanneer ik opkijk, kan ik niet tegenhouden om een traan de vrije loop te laten geven. Ik moet sterk zijn voor Aimee, maar op dit moment voel ik me zo zwak. Huilend laat ik me in Aimee’s armen vallen. Het is niet eerlijk; waarom uitgerekend wij? Één op de één miljoen!
‘Doe het maar, Lauren. Ik wil dit niet meer. Ik wil met jou gaan.’
Opeens slaat de twijfel bij me toe. Ze wil het echt.
‘Weet je zeker dat je dit wilt?’
Aimee knikt.
'Ik wil zo niet meer leven.'
Met bibberende hand haal ik het flesje morfine tevoorschijn met twee spuiten en leg het voor ons op de grond.
Dit is echt het einde van onze vriendschap op de aarde, waarvan we vanaf nu voortaan verder leven in de hemel.
Aimee pakt een spuit en vult hem met morfine, daarna vult ze de andere.
‘120 milligram toch?’
Ik knik. 120 milligram, de dodelijke dosis morfine.
Aimee geeft me één van de spuiten.
‘Aim, ik wil nog wat zeggen. Je bent en blijft voor altijd mijn beste vriendin en ik hou zoveel van je, dat het niet in woorden uit te leggen is. Het klinkt heel cliché, maar als ik zou vertellen wat ik nu allemaal aan denk, zijn we volgend jaar nog niet klaar.’
Kort grinnikt Aimee.
‘Ik hou ook van jou en ik denk dat ik wel weet wat je allemaal wilt zeggen en jij weet dat ook van mij.’ Ze buigt zich naar mij toe en drukt een zoen op mijn wang. Hetzelfde doe ik bij haar.
Met bibberende hand zet ik de spuit in mijn arm. Aimee doet hetzelfde.
‘Voor altijd samen…’
‘Voor altijd samen…’
Wanneer we die woorden hebben uitgesproken, druk ik de spuit leeg in mijn arm.
Vaarwel wereld.
Vaarwel papa en mama.
Vaarwel mooie boomhut.
Vaarwel…
Hallo Aimee.
Reageer (3)
Hmm..*heeft de rneit echt woorden voor* Mooi...o.o' Zielig vooral! Het verhaal raakte me.
1 decennium geledenHeel erg mooi! Moet er bijna van huilen.
1 decennium geledenWaaw. Héél mooi geschreven ! Echt heel mooi !
1 decennium geleden<3